Openbaar Onderwijs Borsele
De Octopus Nieuwdorp
De Octopus Nieuwdorp
De Octopus Nieuwdorp
Schoolgids
Print deze pagina

Inhoudsopgave

Waarom een schoolgids voor ouders?

1.  ‘De Octopus’ 
1.1  Adres- en directiegegevens 
1.2  Structuur 

2.  Waar ‘De Octopus’ voor staat 
2.1  Uitgangspunten 
2.2  Kerndoelen 
2.3  Schoolklimaat 

3.  Onderwijsorganisatie 
3.1  Organisatie van ‘De Octopus’ 
3.2  Samenstelling van ons team 
3.3  Onderwijsactiviteiten voor de kinderen 

4.  De zorg voor onze leerlingen 
4.1  Opvang van nieuwe leerlingen 
4.2  Ontwikkeling van leerlingen 
4.3  Zorg voor leerlingen met specifieke behoeften 
4.4  Begeleiding naar het voortgezet onderwijs 
4.5  Naschoolse- en buitenschoolse activiteiten 
4.6  School- en klassenafspraken 

5.  De leraren 
5.1  Wijze van vervanging 
5.2  Inzet van onderwijsassistenten 
5.3  Begeleiding en inzet van stagiaires 
5.4  Scholing van leraren 

6.  De ouders 
6.1  Betrokkenheid en informatievoorziening 
6.2  Inspraak 
6.3  Opvang 
6.4  Klachtenprocedure 
6.5  Ouderbijdrage 
6.6  Veiligheid 

7.  Ontwikkeling van het onderwijs 
7.1  Onderwijsverbetering 
7.2  Samenwerking met andere scholen en instellingen 

8.  De resultaten van het onderwijs
8.1  Toetsing

9.  School- en vakantiedagen 
9.1  Schooltijden 
9.2  Verlofaanvraag 
9.3  Vakantieperiodes 

10.  Namen en adressen 
10.1  Contactgegevens 
10.2  Externe contactgegevens 

Waarom een schoolgids voor ouders?

De basisschool is een stukje van je leven, voor de kinderen en voor u. Jarenlang is er dezelfde weg van huis naar school en weer terug. In de loop van de jaren vertrouwt u uw kind ongeveer 8.000 uur toe aan de zorg van juffen en meesters van de basisschool. Dit is een belangrijk deel van het kinderleven. Een basisschool wordt door de ouders dan ook met zorg gekozen.

Voor u ligt de schoolgids van basisschool ‘De Octopus’. Met deze schoolgids willen wij u informeren over allerlei zaken die met onze school te maken hebben. Misschien dat deze schoolgids uw eerste kennismaking met de school wordt, misschien dat u de school al kent uit verhalen van ouders of misschien zit uw kind al op onze school. In alle gevallen hopen wij dat de gids u de informatie geeft die u wenst.

Ouders hebben recht op informatie. Niet alleen de belangrijke adressen of schooltijden, maar ook hoe de school de doelstellingen hanteert, welke uitgangspunten de school heeft en wie daar uitvoering aangeeft.

In de schoolgids vindt u niet alleen terug op welke manier we de voortgang van het onderwijs aan uw kind bijhouden, maar ook hoe we de voortgang intern en met de ouders bespreken. Ook vindt u terug op welke manier we in een later stadium begeleiding geven aan leerlingen, die dat nodig hebben. Hierbij gaat het om leerlingen die het in een wat langzamer tempo moeten doen of leerlingen die meer aankunnen dan wat hen wordt opgedragen.

1.  'De Octopus'

In de basisschool staat de ononderbroken ontwikkelingslijn van de kinderen centraal. Onze school is een openbare school. Behalve kennisoverdracht heeft de openbare school ook de taak om de leerlingen voor te bereiden op een maatschappij waar mensen met verschillende culturele achtergrond aan deel nemen.
Ons uitgangspunt is: ‘Niet apart maar samen’. Dat houdt in dat respect en begrip voor de ander en kennis over de ander centraal staan. Het openbaar onderwijs weigert geen leerlingen. Ons onderwijs is algemeen toegankelijk, waarbij we uitgaan van de gelijkwaardigheid van alle leerlingen. De school  wordt momenteel bezocht door ongeveer 50 leerlingen.

Hieronder worden de adres- en directiegegevens (1.1) vermeld. Daarna wordt een beschrijving gegeven van de structuur van de organisatie (1.2).

1.1  Adres- en directiegegevens

Algemeen directeur:  R.A. van de Lagemaat
                                     Postbus 48, 4430 AA ’s-Gravenpolder
                                     Egelantierstraat 9, 4431 EP ’s-Gravenpolder
                                     T: (0113) 31 63 50
                                     F: (0113) 31 60 28
                                     E: directie@openbaaronderwijsborsele.nl
                                      I:
www.openbaaronderwijsborsele.nl

Openbare basisschool ‘De Octopus’
Directeur:                     B.J.W. (Stan) Meulblok
                                      Hertenweg 4
                                      4455 TL Nieuwdorp
                                      T: (0113) 67 01 10
                                      E: deoctopus@octopusnieuwdorp.nl
                                      I:
www.octopusnieuwdorp.nl 

1.2  Structuur

Juridische structuur
Het college van burgemeester en wethouders is het bevoegd gezag van de openbare basisscholen in de gemeente Borsele. Onder dit bevoegd gezag van de gemeente Borsele als schoolbestuur behoren tien scholen voor openbaar onderwijs, waarvan vier nevenvestigingen. Het bevoegd gezag van het openbaar onderwijs wordt in artikel 1 van de WPO (Wet op het primair onderwijs) specifiek beschreven.

Organisatiestructuur
Het openbaar onderwijs in de gemeente Borsele maakt onderdeel uit van de gemeente en is ondergebracht bij de sector Maatschappelijke Ontwikkeling, afdeling Onderwijs. Het college heeft een aantal bevoegdheden gemandateerd aan de heer Van de Lagemaat, de algemeen directeur. Deze draagt de eindverantwoordelijkheid en heeft de dagelijkse leiding in handen. De vier directeuren dragen zorg voor de dagelijkse gang van zaken op de scholen. Deze vijf directeuren vormen het Managementteam Onderwijs (MTO). De directeur van onze school voert twee scholen aan, namelijk ‘De Octopus’ in Nieuwdorp en ‘De Reiger’ in Heinkenszand.

 

Scholen
Algemeen directeur: R.A. (Rijk) van de Lagemaat
 Franck van Borsseleschool: Borssele    
Hoofdvestiging
 
 
 
Directeur:
L. (Liesbeth) van Waas
 
 
 
 ’t Opstapje: Driewegen
Hoofdvestiging
 De Linden, ’s-Gravenpolder
Hoofdvestiging
 De Linden, ’s-Heer Abtskerke
Nevenvestiging
  
Directeur:
G.J.A. (Gert-Jan) Verburg
 De Linden, Nisse
Nevenvestiging
 De Linden, Ellewoutsdijk
Nevenvestiging
 Directeur:
R.A. (Rijk) van de Lagemaat
 De Reiger: Heinkenszand
Hoofdvestiging
  
Directeur:
B.J.W. (Stan) Meulblok
 De Octopus: Nieuwdorp
Nevenvestiging
 De Schakel: Oudelande
Hoofdvestiging
  
Directeur:
R.H. (Rob) Hettema
 De Berenburcht: Baarland
Hoofdvestiging

 Aan het hoofd van de gemeente Borsele staat de gemeenteraad. Het college van burgemeester en wethouders, met ondersteuning van de gemeentesecretaris vormen het dagelijkse bestuur. Het onderwijs wordt behartigd door wethouder J.M. Zandee. De beleidsmatige en administratieve ondersteuning wordt verzorgd door de ambtelijke organisatie van de gemeente. Hierbij gaat het om zaken, zoals personeel, financiën, huisvesting en bouwzaken. De afdelingen Onderwijs, Financiën, Buitendienst en Welzijn zijn hierbij betrokken.

De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) vertegenwoordigt de ouders en de leraren. Als vertegenwoordigers van het bestuur zijn de algemeen directeur, de wethouder en het hoofd van de afdeling Onderwijs aanwezig.

2.  Missie Openbaar Onderwijs Borsele

Het Openbaar Onderwijs Borsele gaat voor de hoogste kwliteit voor kinderen door optimale ontwikkeling en zorg voor iedereen met sterk onderwijs dat in beweging is, uitdagend, aansprekend en dichtbij in een veilige omgeving; sterk in al zijn facetten.

Waar ‘De Octopus’ voor staat

De uitgangspunten (2.1) en kerndoelen (2.2) van ‘De Octopus’ worden zo optimaal mogelijk nagestreefd. Dit gebeurt op een manier waarbij het kind centraal staat. Doordat samenwerking een belangrijk aspect is in het onderwijs, is het nodig dat de kinderen goed met elkaar omgaan. Ook is het van belang dat kinderen zich in een prettig en veilig klimaat bevinden (2.3).

2.1  Uitgangspunten

Onze school is een openbare school, waarop iedere leerling welkom is. Het onderwijs staat in dienst van de opvoeding, die volwassenwording van het kind tot doel heeft. In samenwerking met het gezin proberen wij de totale ontwikkeling van het kind te bevorderen. Hierbij richten wij ons zoveel mogelijk op de plaats van het kind als volwassene in de toekomst.

Het kind staat centraal. Ons onderwijs houdt rekening met de verscheidenheid van de kinderen. Dit gezien persoonlijkheid, begaafdheid en lichamelijke en geestelijke gesteldheid. Dit willen wij tot uiting brengen in de optimale ontwikkelingsmogelijkheden voor alle kinderen. Voor de persoonlijkheidsvorming is niet alleen de intellectuele ontwikkeling, maar ook de ontwikkeling van gevoels- en wilsleven en creativiteit van wezenlijk belang. Ook zal uw kind moeten leren om samen met anderen te werken en te leven. Hierbij worden de beginselen van verdraagzaamheid, gelijkberechtigdheid en verantwoordelijkheid door het kind onderkend en aanvaard.

Aan deze algemene uitgangspunten wordt in elk type onderwijs op een eigen manier uitwerking gegeven. Zo wil ook ‘De Octopus’ deze uitgangspunten zo optimaal mogelijk uitvoeren.

2.2  Kerndoelen

Het Ministerie van Onderwijs omschreef de laatste jaren uitgebreid de kerndoelen in het onderwijs. Het zou te ver voeren deze allemaal in deze gids te omschrijven. Daarom willen we ons beperken tot de volgende punten uit de Wet op het primair onderwijs (WPO). Het basisonderwijs op ‘De Octopus’:
♦ is bestemd voor kinderen vanaf 4 jaar.
♦ is zodanig ingericht, dat de leerlingen in principe binnen een tijdvak van acht opeenvolgende jaren de school kunnen doorlopen.
♦ is de basis voor het volgen van aansluitend voortgezet onderwijs.
♦ is zodanig ingericht, dat de leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen.
♦ is afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen.
♦ gaat er vanuit dat de leerlingen opgroeien in een multiculturele samenleving.
♦ draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor levensbeschouwelijke en maatschappelijk waarden.
♦ wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing.

Deze bovenstaande kerndoelen worden op ‘De Octopus’ op een goede manier tot uiting gebracht. De kerndoelen zijn terug te vinden in het schoolplan. Als u belangstelling heeft voor het schoolplan, dan kunt u dat inzien op onze school.

2.3  Schoolklimaat

Pedagogisch klimaat 
‘De Octopus’ wil een opvoedende leefgemeenschap zijn, waar kinderen leren. Daarnaast is het ook van belang dat kinderen zich ook positief kunnen ontwikkelen in een houding van zelfvertrouwen, zelfkennis en sociaal positief gedrag. De leraar benadert het kind positief en richt de aandacht bij het kind op zijn of haar sterke kanten. Door het positieve gedrag of de competenties te belonen, krijgt het kind een positief beeld van zichzelf en zal het zich daar naar gaan gedragen. Ruzies en pesten proberen we te voorkomen door jaarlijks omgangsregels op te stellen en zonodig bij te stellen. Dit gebeurt gezamenlijk met onze leerlingen. Deze regels worden door de leerlingen en leraren nageleefd. Ze hangen op een voor iedereen zichtbare plaats in de klassen. De samenwerking binnen onze schoolgemeenschap berust op principes van respect, gelijkheid, wederzijdse hulp, eerlijkheid, openheid, vertrouwen, veiligheid en het jezelf mogen zijn.

Wij vinden het belangrijk dat kinderen zich verantwoordelijk gaan voelen voor de dagelijkse gang van zaken in hun omgeving. We onderscheiden daarbij groepstaken en algemene taken. In de groep wordt een aantal taken volgens een wisselend takenrooster uitgevoerd door de kinderen. Ook de algemene taken worden soms verricht door onze leerlingen. Denkt u hierbij aan taken, zoals afwassen, thee verzorgen en de tuinen rondom de school en de speelplaats schoonhouden.

Sfeer 
Veel mensen beseffen dat de sfeer waarin een kind opgroeit van groot belang is om een volwaardig mens te worden. Wij streven daarom naar een vriendelijk en veilig klimaat met orde en regelmaat. Verder streven wij ernaar kinderen verdraagzaam en begrijpend te laten zijn naar anderen. Ook begrijpend zijn naar anderen ten opzichte van andere godsdiensten, culturen en rassen is belangrijk. Om dit ‘tastbaar’ te maken doet onze school sinds enkele jaren intensief aan internationalisering. Door middel van deelname aan Europese projecten proberen we gestalte te geven aan eerdergenoemde uitgangspunten en kerndoelen. Wij vinden een democratische samenleving waarin mensen zich thuis voelen belangrijk. De bedoeling is dat ze daarin hun eigen verantwoording kunnen en willen dragen. Ons onderwijs aan de kinderen is er dan ook op gericht om ‘goed met elkaar om te gaan’.

Leerlingenstatuut
De WPO (Wet op primair onderwijs) schrijft voor dat de rechten en plichten van de leerlingen en de ouders moeten worden vastgelegd. Voor het Openbaar Basisonderwijs in de gemeente Borsele hebben we hiervoor een leerlingenstatuut opgesteld. Hoewel ouders in het onderwijs meestal als vertegenwoordiger van het kind optreden, hebben we voor de naam leerlingenstatuut gekozen en niet voor het woord ouderstatuut. Dit omdat zowel voor de school als de ouders het belang van de leerling voorop staat.

In het leerlingenstatuut staan de volgende aspecten beschreven:
♦ Met betrekking tot het onderwijs:
    • toelating en verwijdering
    • het verzorgen en volgen van onderwijs
    • toetsing, beoordeling en rapporten.
♦ Met betrekking tot rechten ten aanzien van de eigen persoon:
    • recht op informatie en privacybeleid
    • vrijheid van meningsuiting, normen en waarden.
♦ Met betrekking tot andere aspecten:
    • aanwezigheid
    • klachtenregeling.

Het gedragsprotocol is als bijlage in het leerlingenstatuut opgenomen. Daarin zijn de gewenste gedragsnormen omschreven. Ons leerlingenstatuut inclusief het gedragsprotocol kunt u op de school inzien. Ook is deze te vinden op www.openbaaronderwijsborsele.nl.

3.  Onderwijsorganisatie

De organisatie van ‘De Octopus’ (3.1) bestaat uit een groepsindeling die gehanteerd wordt naar de leeftijd van de leerlingen. Tijdens het vormen van de groepen en het werken op niveau door de leerlingen, houden de ouders van de kinderen en de school contact op verschillende momenten. Deze contacten worden verzorgd door het team van de school (3.2), net zoals de onderwijsactiviteiten voor de kinderen (3.3). De groepen hebben een vast lokaal, waar de activiteiten worden uitgevoerd. Naast de vaste lokalen is de school in het bezit van een gemeenschapsruimte.

3.1  Organisatie van ‘De Octopus’

Groepsindeling
Op ‘De Octopus’ hanteren wij een indeling die bestaat uit de onderbouw, de middenbouw en de bovenbouw. De leerlingen zijn daardoor verdeeld in drie combinatiegroepen: 
♦ De onderbouw: hierin zitten de kinderen van groep 1 en 2 (leerlingen van 4 tot en met 6 jaar). 
♦ De middenbouw: hierin zitten de kinderen van groep 3, 4 en 5 (leerlingen van 6 tot en met 10 jaar).
♦ De bovenbouw: hierin zitten de kinderen van groep 6, 7 en 8 (leerlingen van 10 tot en met 12 jaar).

De verdeling van de groepen kanjaarlijks verschillen. Dit is namelijk afhankelijk van de groepsgrootte. Er wordt steeds gekeken naar een groepsindeling, waarbij we zo goed mogelijk onderwijs kunnen geven. Ook zorgen we ervoor dat we via klassenverkleining verschillende lesmomenten creëren. Hierbij worden groepen apart genomen voor bepaalde vakgebieden.

Groepsvorming 
De 4-jarige kleuters kunnen de dag na hun verjaardag in groep 1 worden geplaatst. De overgang van de ene naar de andere groep wordt bepaald door de leeftijd en de ontwikkeling van uw kind, de zogenaamde overgangscriteria. Onze leerlingen kunnen tussentijds worden overgeplaatst naar een andere groep, als hiertoe aanleiding is.

Het onderwijs is zo ingericht dat de leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen. Het onderwijs is afgestemd op de ontwikkeling van uw kind. Zo kan het voorkomen dat kinderen af en toe werken met kinderen uit andere groepen of dat ze worden begeleid door de remedial teacher.

Gedurende een aantal jaren worden er door de overheid maatregelen getroffen om te komen tot klassenverkleining in het basisonderwijs. Als de getalsverhoudingen het toelaten is het ons streven om in de onderbouw kleinere groepen te vormen dan in de bovenbouw. De groepen op onze school worden zodanig ingedeeld dat er verantwoord en goed onderwijs kan worden gegeven.

We hebben op onze school de beschikking over vier lokalen. Eén lokaal wordt gebruikt als kleuterlokaal voor de onderbouw. Een ander lokaal is bedoeld voor de middenbouw. Het derde lokaal gebruiken we voor de bovenbouw. Het overige lokaal gebruiken we voor meerdere doeleinden: 
♦ voor handvaardigheid;
♦ voor de extra begeleiding van onze leerlingen (remedial-teaching);
♦ voor het toetsen van onze leerlingen;
♦ voor het individueel werken;
♦ voor het lesgeven van aparte groepen tijdens de klassenverkleining;
♦ voor de lessen jeugd EHBO en School Adoptie Plan;
♦ voor het overblijven van onze leerlingen.

Naast deze vier lokalen is er nog een aparte (vergader)ruimte.

3.2  De samenstelling van het team

Op onze school hebben we een team dat bestaat uit een directeur, een intern begeleider en 5 leraren. Voor elke bouw hebben we een vaste leraar, waarbij de onderbouw wordt onderwezen door twee parttime leraren. De leraren van de midden- en de bovenbouw zijn tevens remedial teacher. Een dag in de week begeleidt een van deze leraren leerlingen individueel of in kleine groepjes in een apart lokaal. Ook hebben we een leraar voor het godsdienstonderwijs.

Ons team bestaat momenteel uit de directeur Stan Meulblok, intern begeleider Marjanne Kole en vijf leraren: Chantal Dekker, Gijs van der Does, Ria Steendijk, Els de Wolf en Hanny Wintein.

Maandag
    ochtend
    middag
Groep 1/2
juf Els
juf Els
Groep 3/4/5
meester Gijs
meester Gijs
juf Hanny (7x)
Groep 6/7/8
juf Ria
juf Marjanne
juf Hanny (13x)
Dinsdag
    ochtend
    middag
Groep 1/2
juf Els
juf Els
Groep 3/4/5
meester Gijs
meester Gijs
Groep 6/7/8
juf Chantal
juf Chantal
Woensdag
    ochtend
    middag
Groep 1/2
juf Els
vrij
Groep 3/4/5
meester Gijs
vrij
Groep 6/7/8
juf Chantal
vrij
Donderdag
    ochtend
    middag
Groep 1/2
juf Ria
juf Ria
Groep 3/4/5
meester Gijs
meester Gijs
Groep 6/7/8
juf Chantal
juf Chantal
Vrijdag
    ochtend
    middag
Groep 1/2
juf Ria
vrij
Groep 3/4/5
juf Hanny
vrij
Groep 5/6/7/8
meester Gijs (13x)
juf Chantal (26x)

♦ Juf Hanny verzorgt dinsdag de klassenverkleining.
♦ Meester Gijs geeft gymlessen aan groep 3 tot en met 8.
♦ Juf Chantal geeft handenarbeidlessen aan groep 3 tot en met 8.
♦ Juf Marjanne is op maandag aanwezig als intern begeleidster.
♦ Meester Stan is op maandag en vrijdag aanwezig als directeur.

3.3  Onderwijsactiviteiten voor de kinderen

Het onderwijs in de onderbouw
Dagelijks vindt een kringgesprek plaats. We willen de kinderen leren naar elkaar te luisteren, met elkaar te praten en elkaar vragen te stellen. Gezamenlijke activiteiten vinden ook plaats in de kring. Na de kring volgt het werkuur. De kinderen krijgen dan een opdracht met ontwikkelingsmateriaal. Dit kan creatief materiaal zijn of materiaal om de ontwikkeling van het voorbereidend lezen, rekenen of schrijven te stimuleren. Soms mogen onze leerlingen zelf kiezen. In de middags staat de sociale ontwikkeling centraal tijdens het spel in de hoeken. Dan leren onze leerlingen spelend vrijuit te spreken en goed te luisteren.

Voor de lees- en taalontwikkeling maken wij onder andere gebruik van de methode ‘Schatkist’. De ontwikkeling van de woordenschat van uw kind stimuleren wij door toneel, poppenspel, prentenboeken, voorleesboeken en vertellen.

De ontwikkeling van het rekenen gaat spelenderwijs. Met meerdere spelmaterialen zijn de kinderen bezig met tellen, meten, wegen, groeperen en vergelijken. We gebruiken hiervoor het Ideeënboek en het werkboek van de rekenmethode ‘Wereld in Getallen’.

Voor wereldverkenning werken we vaak met thema’s. De jaargetijden en feesten zijn ieder jaar terugkerende thema’s. In de onderbouw werken we met het Vierseizoenenboek van de biologiemethode ‘Leefwereld’.

Het onderwijs in de groepen 3 tot en met 8
Taal en lezen
Taalonderwijs is op onze school erg belangrijk. Bij de groepen 3 tot en met 8 wordt, net als in groep 1 en 2, gewerkt in de kring. Naarmate leerlingen ouder zijn, neemt de rol van de kring af. In groep 3 is spreek- en luistervaardigheid van de leerling erg belangrijk. We besteden aandacht aan klanken, letterkennis, woordenkennis, woordvorming, waarbij het leren lezen centraal staat. We gebruiken de methode ‘De Leeslijn’.

In de overige groepen wordt gewerkt met de methode ‘Taal Actief’ om zowel de mondelinge als de schriftelijke taalvaardigheid te stimuleren. Onze methode is gericht op communicatie, waardoor er een accent ligt op de mondelinge taalvaardigheid, zoals gesprekstechnieken. De oefeningen gaan uit van dagelijks voorkomende situaties en omstandigheden.

De schriftelijke taalvaardigheid bestaat uit het leren schrijven van verhalen, gedichten, brieven en antwoorden op vragen. Daarbij speelt het zuiver schrijven ook een rol. Dit schooljaar starten groep 4 en 5 met een nieuwe versie van ‘Taal Actief’. Naast deze taalmethode werken we vanaf groep 3 met een aparte spellingsleergang, de methode ‘Woordbouw’.

Om de ontwikkeling van de kinderen te volgen wordt er na ieder leerblok een spellingtoets afgenomen, de ISO-toets. Ook worden tweemaal per jaar de landelijk genormeerde spellingtoetsen van Cito afgenomen.

Bij het taalonderwijs hoort ook het leesonderwijs. Op onze school besteden we veel aandacht aan het leren lezen. Vooral in de groepen 3, 4, 5 en 6 is dit erg belangrijk. Van een goede leesvaardigheid kan uw kind plezier hebben. Daarnaast is het ook een belangrijke voorwaarde voor bijna alle schoolvakken. We zorgen ervoor dat kinderen boeken lezen die niet te moeilijk, maar ook niet te makkelijk zijn. Om de kinderen de juiste boeken te laten lezen maken we gebruik van de Cito AVI/DMT-toets. Daarmee kunnen we de leesontwikkeling op de voet volgen. De leerlingen worden tweemaal per jaar getoetst. Ze moeten een verhaaltje op een toetskaart lezen. De tijd die ze nodig hebben en het aantal fouten bepalen samen het leesniveau. Het niveau van uw kind staat op het rapport aangegeven. Op school is een aantal boeken ingedeeld naar leesniveau. Dat maakt kiezen van het juiste boek makkelijk voor uw kind. Naast de AVI/DMT-toetsen worden ook de landelijk genormeerde leestechniek/leestempo toetsen van CITO afgenomen.

Rekenen
Op het rooster zijn vaste uren aangegeven voor rekenen. Voor groep 1 en 2 zijn dit voornamelijk kringactiviteiten. Voor groep 3 is dat ongeveer drie kwartier per dag. Voor de overige groepen is dat ongeveer een uur per dag. Het is belangrijk dat de oefenstof aansluit bij alledaagse situaties. We werken met de methode ‘De wereld in getallen’. Deze methode kent een indeling in twee delen:
♦ De gewone rekenopdrachten. Denkt u hierbij aan hoofdrekenen, handig rekenen, optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen van hele getallen en breukgetallen, procenten, verhoudingen. Dit is het meer het traditionele cijferend rekenen.
♦ De projecttaken. In herkenbare situaties komen onderwerpen als meten, meetkunde, kansberekening, tabellen, diagrammen aan bod. In dit deel gaat het om begripsvorming.

De leerlingen leren problemen op diverse manieren op te lossen, kritisch te zijn, samen te werken om oplossingen te vinden, samenhang tussen begrippen te herkennen.

Wanneer leerlingen problemen hebben met het normale programma, maken we gebruik van het programma ‘Remelka’. Daarmee geven we extra instructie aan de wat minder sterke rekenaars. De leerling krijgt dan aangepaste oefenstof. Goede rekenaars krijgen bij ons op school extra opdrachten uit het rekenpakket van ‘Kien’. Een serie moeilijke en uitdagende opdrachten.

Belangrijke tussendoelen zijn:
♦ aan het eind van groep 3 kan uw kind optellen en aftrekken onder de 20.
♦ in groep 4 kan uw kind de tafels tot en met 5 en kan hij of zij werken met de getallenlijn en het honderd veld.
♦ in groep 5 kan uw kind vermenigvuldigen en delen met getallen tot 1.000 en kan hij of zij de tafels tot en met 10.
♦ in groep 6 kan uw kind delen en kan hij of zij alle nodige tafels.
♦ in groep 7 kan uw kind eenvoudige breuksommen maken.
♦ in groep 8 kan uw kind alle cijferbewerkingen toepassen voor hele getallen, kommagetallen en kan hij of zij digitaal tijden hanteren en procentsommen maken.

Twee keer per jaar nemen wij naast de toetsen uit de rekenmethode, de genormeerde rekentoetsen van Cito af.

Schrijven
Onze leerlingen leren op onze school schrijven met de methode ‘Handschrift’.

Engels
Onze ‘internationale betrekkingen’ hebben er toe geleid, dat we in alle groepen aandacht besteden aan de Engelse taal. In de lagere groepen is dit vooral een kennismaking op een speelse manier. Dit doen we door middel van liedjes en zangspelletjes. Vanaf groep 6 wordt er structureel gewerkt aan de Engelse taal. Hiervoor gebruiken we de methode ‘Real English’. De methode is erop gericht om de kinderen kennis te laten maken met een wereldtaal. De nadruk van deze methode ligt op de mondelinge vaardigheid. Door de correspondentie met leeftijdsgenootjes elders in Europa besteden we ook aandacht aan de schriftelijke vaardigheid in de Engelse taal.

Typeles
Typelessen worden gegeven in groep 7 en 8 met het programma ‘Type basic’. In groep 7 wordt gestart met het typeprogramma. Aan het begin van het schooljaar krijgen de ouders de gelegenheid om het programma voor thuis te bestellen. Hiermee kunnen de kinderen dan thuis ook oefenen. Gedurende het schooljaar leren de kinderen dan met 10 vingers blind te typen en hebben aan het eind van het schooljaar een flinke snelheid. Er zijn kinderen die een snelheid van gemiddeld 200 aanslagen per minuut halen. Dit is afhankelijk van het kind en zijn of haar motivatie. In groep 8 krijgen de kinderen een typeles-werkmap uitgedeeld. Hierin zijn twee onderdelen opgenomen:
     ♦ 
Een deel waarin de kinderen leren werken met Word.
       
In dit deel krijgen de kinderen uitleg over hoe het programma werkt en welke mogelijkheden het programma biedt. Aansluitend maken ze dan een aantal werkstukken met de opgedane kennis.
     ♦ 
Een deel waarin de examenopdrachten worden aangeleerd.
        
In dit deel worden de werkstukken uitgelegd en geoefend die ze op het examen moeten maken.

 Het examen bestaat uit:
     ♦
een vaardigheidsproef (10-minuten oefening);
     ♦ 
het maken van 4 werkstukken: een proza, een Amerikaanse brief, een rapportering en een tekstuitwerking van een slordig concept;
     ♦
een tweede vaardigheidsproef.

Het examen wordt afgenomen door typeschool Koetsdijk. De kosten om een typediploma te halen kunnen elk jaar veranderen. De kosten voor het schooljaar 2008/2009 waren € 50 voor groep 7. Dit was inclusief het thuisprogramma en de kosten voor het examen in groep 8. Voor ouders die geen thuisprogramma aanschaften, maar alleen het examen wilden doen waren de kosten € 30. Als uw kind voor het examen de school verlaat, krijgt u de examenkosten (€ 30) terug.

Wereldoriëntatie
Op veel momenten wordt gesproken over de wereld om ons heen. Daarom brengen we de kinderen kennis bij over het heden en het verleden van de aarde. Soms gebeurt dit in aparte vakken aan de hand van moderne methoden. Ook gebeurt dit vaak door middel van klassengesprekken, spreekbeurten, schooltelevisie en werkstukken. We zorgen ervoor dat de kinderen hun eigen omgeving, Nederland, Europa en de werelddelen leren kennen en hoe de mensen er leven. Om dit tastbaar te maken voor de kinderen, hebben we contacten gelegd met scholen elders in Europa. In projectvorm werken we met deze scholen samen aan diverse onderwerpen rondom elke school. We hebben afgesproken dat we de resultaten van die projecten naar elkaar toesturen. Zo krijgt uw kind een goede indruk over de overeenkomsten en de verschillen die er bestaan in het leven. Onze leerlingen leren niet alleen over de geschiedenis van ons land, maar ook actuele onderwerpen en problemen. Bij het vak natuureducatie sluiten we zoveel mogelijk aan bij de belevingswereld van de kinderen. Excursies met de kinderen in verband met behandelde onderwerpen behoren tot de mogelijkheden.

Ieder jaar doen groep 7 en 8 mee aan de schriftelijke verkeersproef van ‘Veilig Verkeer Nederland’. Deze proef is landelijk en wordt meestal in de maand april gehouden. Groep 6 doet om te oefenen ‘voor spek en bonen’ mee. Daarna wordt er nog een praktische verkeersproef gehouden voor groep 8.

De volgende methoden voor wereldoriëntatie zijn op onze school in gebruik:
♦ Natuur en biologie: Leefwereld
♦ Aardrijkskunde: Geobas
♦ Geschiedenis: Wijzer door de tijd
♦ Verkeer: De wereld van Verkeer en Jeugd Verkeer Krant

Creatieve vakken
Ook voor tekenen, handvaardigheid en muziek worden leerplannen gebruikt. Vanaf groep 3 besteden onze leerlingen ongeveer drie uur per week aan deze vakken. Deze vakken brengen evenwicht in het lesprogramma. Niet alleen het leren heeft de nadruk, maar ook de creatieve vorming. Toch zien we deze vakken niet alleen als ontspanning. Ook hier wordt er les gegeven en streven we kwaliteit na. Iets wat u ook kunt zien als u ons gebouw doorwandelt. In groep 1 en 2 is de creatieve vorming geïntegreerd in het totale programma. Hierbij maken we gebruik van de methode ‘Moet je doen’.

Beweging
Dit schooljaar gaan we verder met het project bewegingsonderwijs ´Borsele beweegt´ van de gemeente Borsele. Wekelijks worden er volgens een vooraf uitgestippeld jaarprogramma gymlessen georganiseerd in de gymzaal. De groepsleraren en eventueel stagiaires van het CIOS (Centraal Instituut Opleiding Sportleiders) begeleiden de verschillende groepen. Meester Gijs coördineert het project samen met de coördinator van de gemeente Borsele.

Pal naast de school is het verenigingsgebouw ‘Ammekore’. In dit gebouw is de gymzaal waar we de gymnastieklessen in geven. Deze gymzaal is van binnenuit te bereiken. De onderbouw kan in deze zaal ook terecht om te spelen. De materialen voor de kleutergym zijn dan ook opgeborgen in een speciale kast in het verenigingsgebouw.

Afhankelijk van de weersomstandigheden kan het ook voorkomen dat we met de kleutergroepen buiten spelen. Met de midden- of bovenbouw gaan we ook wel eens gymmen op het sportveld, schaatsen op een baantje bij het voetbalveld of zwemmen in het zwembad ‘De Stelleplas’ te Heinkenszand. In de winter kan het voorkomen dat er groepen gaan schaatsen op het ijsbaantje bij het voetbalveld. We geven het thuisfront van te voren bericht van zowel ijs- als waterpret.

Gymnastiek wordt in alle groepen gegeven. Het is gewenst dat de kinderen zich daarvoor omkleden in een sporttenue. Dit met het oog op hygiëne. Een sporttenue voor de kleuters kan bestaan uit een gympakje of korte broek met T-shirt, gymslofjes (liefst met een dun elastieken bandje over de wreef en antislip zooltjes). Voor groep 3 tot en met 8 kan de sportkleding bestaan uit een gympakje of korte broek met T-shirt, gymschoenen, die niet buiten worden gedragen. Alle gymkleding en schoeisel kunt u merken met de naam van uw kind. De spullen kunnen de leerlingen meenemen in een tas. De gymnastiekspullen voor de kleuters kunnen op school worden bewaard aan de kapstok.

Gymnastiektijden:
Groep 1 en 2: maandag van 10.30 – 11.30 uur
                     vrijdag van 10.30 – 11.30 uur
                     Op de overige dagen als het slecht weer is.

Groep 3, 4 en 5: maandag van 13.15 – 14.00 uur
                         donderdag van 10.30 – 11.15 uur

Groep 6, 7 en 8: maandag van 14.30 – 15.15 uur
                         donderdag van 11.15 – 12.00 uur

Godsdienstonderwijs
Vanaf groep 3 is er de mogelijkheid voor uw kind om godsdienstonderwijs te volgen. Eenmaal per week komt er een juf hiervoor op school. Deze lessen gaan uit van de Stichting Kerkelijke Arbeid Hervormde en Samen Op Weg Gemeente in Borsele. Omdat we tegenwoordig met meerdere culturen te maken hebben, komen er ook verhalen en onderwerpen van andere godsdiensten aan de orde. Dat is vooral het geval in de bovenbouw. In de middenbouw staan de verhalen uit het Oude Testament en het Nieuwe Testament centraal. Voor de lessen wordt gewerkt uit methoden, zoals ‘Kind op Maandag’, ‘Hemel en Aarde’ en ‘Verhaal Centraal’. Soms wordt er ook gewerkt met projecten over bijvoorbeeld dromen en goed en kwaad. De feesten van Kerstmis, Pasen, Pinksteren en ook Suikerfeest worden extra belicht. De verwerking van deze lessen vindt plaats door middel van drama, filosoferen, lezen, dvd of video kijken en knutselen. Er is ook een busje waar geld mee wordt opgehaald. De opbrengst wordt gebruikt om een goed doel te ondersteunen. Hierbij gaat het om een goed doel voor kinderen. Het wordt op prijs gesteld wanneer uw kind regelmatig iets voor dit busje meebrengt. Voor de leerlingen die niet deelnemen aan de godsdienstlessen hebben wij een apart lesprogramma. Dit onder begeleiding van de eigen groepsleraar.

Gemeenschapsruimte
Alle lokalen zijn door middel van schuifwanden verbonden met de centraal gelegen gemeenschapsruimte. Deze ruimte kan multifunctioneel worden benut. Er is een computereiland waar de leerlingen gebruik van kunnen maken. Ook kunnen ze gebruikmaken van de computers en laptops in de klassen. De school is aangesloten op internet en is er een computernetwerk in de school aangelegd.

4.  De zorg voor onze leerlingen

De zorg voor kinderen is een breed begrip, dat ‘De Octopus’ op een zo goed mogelijke manier uitdraagt. Het gaat hierbij ten eerste om de opvang van de nieuwe leerlingen (4.1). Na deze opvang is het volgen van de ontwikkeling van de kinderen erg van belang (4.2). Zo besteden we ook speciale aandacht aan de kinderen met specifieke behoeften (4.3). Het geheel richt zich op de begeleiding van de overgang van kinderen naar het voortgezet onderwijs (4.4). Om de zorg voor de kinderen volledig te maken worden er naschoolse en buitenschoolse activiteiten georganiseerd (4.5). Voor al deze zorgen zijn er afspraken binnen de school en de klas gemaakt (4.6).

4.1  Opvang van de nieuwe leerlingen

Plaatsing 
In het jaar dat uw kind drie jaar is, krijgt u van de gemeente een formulier waarop u kunt invullen welke basisschool u kiest voor uw kind. Mocht u nog geen keuze hebben gemaakt, dan kunt u zich laten informeren door de basisscholen op het dorp. Via de peuterspeelzaal berichten de basisscholen gezamenlijk de ouders van de peuters. Op deze manier maken wij het u mogelijk om een bewuste schoolkeuze te maken voor uw kind. Natuurlijk kunt u de scholen benaderen voor mondelinge informatie. De directie van de school waarvoor u gekozen heeft, neemt voorafgaand aan het schooljaar dat uw kind vier jaar wordt, contact met u op. Dan kan er een afspraak worden gemaakt voor een kennismakingsgesprek.

Volgens de wet mag uw kind naar de basisschool als het 4 jaar wordt. Op onze school wordt uw kind toegelaten de dag na zijn of haar verjaardag. Kinderen die in juni 4 jaar worden, zijn ook welkom. Wel is het belangrijk om bij het kennismakingsgesprek te kijken of het misschien beter is dat uw kind pas na de zomervakantie komt. Een en ander is bovendien afhankelijk van het feit of de vakantie ‘vroeg’ of ‘laat’ valt, dit in verband met de vakantiespreiding. Meldt u uw kleuter ruim van te voren aan, zodat wij weten welk aantal kinderen we kunnen verwachten. U krijgt een opgave formulier mee naar huis, waarin u op uw gemak alle gegevens in kunt vullen.

U kunt samen met uw kleuter, voordat hij of zij definitief op school komt, een morgen of een middag meedraaien in de klas. Zo kan u samen met uw kind ervaren hoe zo’n kleutergroep reilt en zeilt. De school kan een kind dat tenminste 3 jaar en 10 maanden is, tijdelijk als gast toelaten. Dat mag niet langer dan 5 dagen of dagdelen. Deze dagen zijn bedoeld om uw kind alvast te laten wennen. In het algemeen zal uw kind ongeveer acht jaar later voor de zomervakantie de basisschool verlaten. Hij of zij is dan inmiddels12 jaar geworden. Kinderen die wat meer tijd nodig hebben, mogen langer op de basisschool blijven. Dit mag niet langer dan 2 jaar zijn.

Specifieke regeling voor kleuters
Als uw kind 5 jaar is geworden moet hij of zij naar school, omdat het op de eerste schooldag van de volgende maand leerplichtig wordt. Het kan voorkomen dat een normale schoolweek van ruim 20 uur een te zware belasting is voor een 5-jarige kleuter. Hiervoor bestaat er een bijzondere verlofregeling. Ouders mogen een 5-jarig kind ten hoogste 5 uur per week thuis houden. Dit vindt plaats in overleg met de schoolleiding. Bovendien mag de schoolleiding op verzoek van de ouders toestaan dat een kleuter van 5 jaar zelfs 10 uur per week thuisblijft. Zodra uw kind 6 jaar is geworden, houdt deze regeling op. Uw kind mag dan uitsluitend thuis blijven als het echt niet naar school kan, bijvoorbeeld omdat het ziek is.

4.2  Ontwikkeling van de leerlingen

De manier waarop het dagelijkse werk van kinderen wordt bekeken en beoordeeld en de middelen die worden gebruikt om vorderingen van leerlingen te verzamelen, is afhankelijk van de situatie. Dagelijks kijken de leraren het werk van onze leerlingen na. In sommige gevallen doen de leerlingen dit zelfstandig en individueel. De leraar heeft hierin dan een begeleidende rol. De vorderingen van de leerlingen houden de leraren bij in de klassenmappen. Dit geldt ook voor de afhankelijke toetsresultaten. De methode onafhankelijke toetsresultaten worden in de leerlingendossiers bijgehouden. Naast deze methode worden onze leerlingen meerdere keren per jaar getoetst aan de hand van methode onafhankelijke toetsen, de Cito toetsen. Het toetsen vindt plaats aan de hand van een toetskalender. Dit geldt voor de vakken: taalontwikkeling, rekenen en wiskunde, technisch lezen, begrijpend lezen en spelling.

Daarnaast maken we in de kleutergroep gebruik van ‘KIJK’. Dit is een observatie-instrument gericht op de meerdere ontwikkelingsgebieden. Denkt u hierbij aan taal, voorbereidend lezen, rekenen, sociaal-emotionele ontwikkeling, motorische ontwikkeling en auditieve vorming. Allochtone leerlingen krijgen extra taalonderwijs en daarop aansluitend de taaltoetsen. Met behulp van bovengenoemde middelen kunnen leraren de beginsituatie van de leerlingen bepalen en dit plannen in dag en weekroosters.

Leerlingdossier
Van iedere leerling wordt een leerlingenmap bijgehouden. Deze map noemen wij het leerlingdossier. Hierin worden gegevens verzameld over het gezin, de leerlingbesprekingen, de gesprekken met ouders, de speciale onderzoeken, de handelingsplannen en de test- en rapportgegevens van de verschillende jaren. In verband met het privacy reglement, worden deze gegevens vertrouwelijk behandeld.

Voortgangs- en leerlingbespreking
Op onze school worden de vorderingen van alle kinderen regelmatig doorgesproken tijdens een teamvergadering. We noemen een dergelijke vergadering een voortgangsbespreking. Deze bespreking vindt driemaal per jaar plaats. De leerlingen die bijzonderheden vertonen, bespreken we ca. 6 keer per jaar in een speciale vergadering. Deze vergadering noemen wij de leerlingbespreking. Dergelijke besprekingen verlopen aan de hand van speciaal daarvoor bestemde formulieren. Deze formulieren worden door de groepsleraar ingevuld.

4.3  Zorg voor kinderen met specifieke behoeften

Wat verstaan we onder zorgverbreding? Onder zorgverbreding verstaan we het geheel van maatregelen en activiteiten dat op school wordt ondernomen. Zo willen wij een zo goed mogelijke zorg garanderen voor de kinderen. We doen ons best ervoor te zorgen dat ieder kind de zorg krijgt die het nodig heeft. Wanneer er met kinderen problemen zijn, wordt er extra naar gekeken. Dat kunnen leerlingen zijn met een leerachterstand, maar soms ook leerlingen die hoogbegaafd zijn. 

Tijdens de voortgangsbesprekingen bespreken we de vorderingen van alle leerlingen. Daarnaast wordt er aandacht geschonken aan de leerlingen die problemen hebben. Dit zijn de leerlingen die in het zorgcircuit zitten of in dit circuit komen. Een leraar kan aan de hand van een vooraf ingevuld formulier het kind en het probleem in beeld brengen. Vaak zijn de ouders in dit stadium al door de leraar op de hoogte gebracht. De leraar heeft dan ook naar de bevindingen van de ouders gevraagd. Deze bevindingen en de bevindingen van de leraar zelf worden meegenomen in de leerlingbespreking.

Het team buigt zich in samenspraak met de remedial teacher over het probleem en de mogelijke begeleiding. Het afnemen van diagnostische toetsen en/of een pedagogisch onderzoek kan tot de mogelijkheden behoren. Als er extra zorg op schoolniveau nodig is, stellen de leraar en de remedial teacher een handelingsplan op. Hierin staat de aard van het probleem vermeld, de begeleiding en de termijn hiervan. We proberen de extra begeleiding in de eigen klas plaats te laten vinden. Mocht dit niet mogelijk of wenselijk zijn dan wordt er gekeken of er plaats is in de remedial teaching klas. Tijdens de leerlingbespreking over de leerlingen die al in het zorgcircuit zitten, bespreken we de ontwikkeling. Aan de hand van het handelingsplan wordt bekeken of de gestelde doelen behaald zijn of kunnen worden behaald. Ook hiervoor geldt dat (nieuwe) handelingsplannen door de groepsleraar en de remedial teacher worden opgesteld. Ouders worden regelmatig door de groepsleraar of remedial teacher op de hoogte gesteld van de vorderingen van hun kind. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk gebeuren.

Plaatsing en verwijzing
Wanneer blijkt dat een kind echt niet geholpen kan worden op onze school zoeken we hulp bij verschillende deskundigen. Dit doen wij pas nadat er al allerlei maatregelen zijn genomen. Met toestemming van de ouders schakelen we dan een deskundig persoon in van de schoolbegeleidingsdienst. De schoolbegeleider zal nader onderzoek doen en adviezen geven om uw kind op onze school te helpen. Daarnaast kunnen we ook op deskundigen uit het speciaal onderwijs een beroep doen. Ook dit gebeurt meestal in samenwerking met de schoolbegeleidingsdienst. Uw kind wordt dan aangemeld bij het Zorgplatform. Dit is een samenwerkingsverband tussen de basisscholen en de scholen voor speciaal onderwijs. Met hulp van het speciaal onderwijs proberen we dan om uw kind zo veel mogelijk in zijn of haar eigen omgeving op te vangen. Het komt echter voor dat leerlingen zulke specifieke behoeften hebben, dat zij aangewezen zijn op een vorm van speciaal onderwijs. Door de wet is voorgeschreven dat een leerling niet zo maar naar het speciaal onderwijs kan worden doorverwezen. De basisschool moet eerst aantonen wat er al aan het probleem is gedaan. De onafhankelijke Regionale Verwijzingscommissie (RVC) bepaalt dan of de leerling naar een school voor speciaal onderwijs kan. De ouders spelen in deze procedure een belangrijke rol. Voor iedere stap wordt met hen overlegd en om hun toestemming gevraagd. De eventuele aanmelding voor een kind op een speciale school gebeurt door de ouders. De basisschool ondersteunt en begeleidt de ouders hier in.

Leerling-gebonden financiering
De bevordering van de emancipatie en integratie van mensen met een handicap vormt een belangrijke doelstelling van de rijksoverheid. Dat beleid geldt ook voor het onderwijs. Ook het onderwijs volgt de maatschappelijk trend van integratie. Weer Samen Naar School is de eerste stap geweest om kinderen met speciale onderwijsbehoeften zo veel mogelijk onderwijs te laten volgen in de school in de buurt waar ook vriendjes en vriendinnetjes naar toe gaan.
Steeds meer ouders wensen dat hun gehandicapte kind zoveel mogelijk in een normale omgeving opgroeit en in het verlengde daarvan ook in de thuisomgeving naar een gewone basisschool voor basisonderwijs of voortgezet onderwijs kan gaan.
Met ingang van 1 augustus 2003 is de wet “Regeling Leerling-gebonden Financiering” (LGF-wet) van kracht. Deze wet heeft drie hoofddoelstellingen:
♦ het invoeren van leerling-gebonden financiering. Ouders kunnen kiezen of hun kind (bij een indicatiestelling) naar het regulier onderwijs of naar het speciaal onderwijs gaat
♦ het werken met onafhankelijke criteria. Een Commissie Van Indicatiestelling (CVI) bepaalt aan de hand van landelijke criteria of een kind in aanmerking komt voor leerling-gebonden financiering
♦ het tot stand komen van Regionale Expertise Centra (REC’S). De deskundigheid van de speciale scholen wordt hierbij geborgd en vanuit de REC is ambulante hulp beschikbaar voor de school die onderwijs verzorgt aan een leerling met leerling gebonden financiering.
De LGF-wet betekent voor onze school dat we bepaald hebben op welke manier we de integratie van gehandicapte leerlingen in onze school vormgeven.

Beleid van onze school
Het beleid van onze school is gericht op onderwijs aan kinderen met verschillende onderwijsbehoeftes. We willen zoveel mogelijk rekening houden met verschillen tussen kinderen. Elk kind is uniek en heeft dus ook unieke onderwijsvragen, waar we rekening mee houden. Ons onderwijs is zo veel mogelijk afgestemd op onderwijsbehoeften van de leerling.
Dat houdt in dat we ons onderwijs ook willen afstemmen op de onderwijsbehoeften van een kind met een handicap. De uitgangspunten van adaptief onderwijs staan daarbij centraal, dat wil zeggen dat we de drie basisbehoeftes van leerlingen als centraal uitgangspunt in onderwijs opgenomen hebben: behoefte aan relaties, competentie en autonomie.
De ouders die bij ons op school een kind met een handicap aanmelden, zullen we vanuit die positieve intentie benaderen. Dat wil zeggen dat we zo nauwkeurig mogelijk zullen nagaan wat de mogelijkheden van onze school zijn voor het verzorgen van onderwijs aan hun kind. We gaan bij het onderzoeken van de mogelijkheden uit van de volgende uitgangspunten:
♦ een kind heeft recht om onderwijs in de thuisnabije situatie, samen met andere kinderen uit de omgeving
♦ een kind met een handicap heeft recht op integratie in het reguliere onderwijs
♦ ouders hebben keuzevrijheid bij het kiezen van een school voor hun kind
♦ de afweging of de school wel of niet onderwijskundig in staat is om het kind op te vangen, vindt plaats aan de hand van zo objectief mogelijk criteria, waarbij het in eerste instantie niet gaat om wat niet kan, maar om de mogelijkheden die er wel zijn
♦ alle afwegingen zullen we in een open communicatie met de ouders van het kind bespreken
♦ voor elk individueel kind met een handicap, dat wordt aangemeld bij onze school bepalen we afzonderlijk wat voor mogelijkheden we hebben om het onderwijs aan dit kind op onze school te verzorgen
♦ de zwaarte van de handicap in combinatie met de mogelijkheden van onze school spelen een rol bij de afweging
♦ we zullen gebruik maken van externe ondersteuning, als we advies willen bij de afweging.

Besluitvormingsproces
Bij het afwegen of we het kind met LGF kunnen opvangen op onze school maken we gebruik van een draaiboek. We geven hier verkort weer welke stappen we nemen. Deze stappen zijn uitgebreid terug te vinden in het draaiboek. We gaan daarbij uit van een positieve beschikking van de CVI, waardoor de indicatiestelling helder is.
♦ Stap 1: 
   • gesprek met de ouders door de directeur, waarin de volgende gesprekspunten aan bod komen:
      * motivatie van de ouders
      * toelichting van de visie van de school
      * toelichting procedure
      * schriftelijk toestemming om informatie bij derden op te vragen
♦ Stap 2:
   • gegevens opvragen
De school vraagt gegevens over het kind op bij de ouders, eventueel huidige school en andere instanties die relevante informatie over het kind beschikbaar hebben. Alleen die informatie wordt opgevraagd die een rol speelt bij het in kaart brengen van de onderwijsbehoefte van een kind.
♦ Stap 3:
   • informatie bestuderen door directie, intern begeleider, leraar. De onderwijsbehoefte van het kind wordt in kaart gebracht aan de hand van de volgende aandachtspunten:
      * pedagogisch klimaat
      * didactisch klimaat
      * kennis en vaardigheden leraar
      * organisatie in de klas
      * organisatie van de school (o.a leerlingenzorg)
      * gebouw, materiaal
      * externe ondersteuningsmogelijkheden
♦ Stap 4:
   • onderzoek naar de mogelijkheden van de school. Op basis van de verzamelde informatie is de onderwijsbehoefte in kaart gebracht. In dit stadium wordt nagegaan welke mogelijkheden de school heeft om het onderwijs aan het kind te verzorgen.
♦ Stap 5:
   • besluitvorming. Op basis van alle gegevens van het kind en een inzicht in de mogelijkheden van de school, afgezet tegen de visie van de school, rekening houdend met de ondersteuningsmogelijkheden en inzet van extra middelen wordt een besluit genomen. Het besluit wordt genomen met instemming van het team en het bestuur.
♦ Stap 6:
   • gesprek met de ouders waarbij het besluit van de school wordt besproken.
♦ Stap 7:
   • uitvoering van het besluit:
      * bij plaatsing: afspraken met ouders en team over het opstellen van het handelingsplan (binnen een maand) met vervangende (kern)doelen, inzet middelen, externe ondersteuning, aanpassing gebouw, organisatie. Deze afspraken worden schriftelijk vastgelegd. (Plaatsing kan ook voorlopig zijn voor de tijd die is afgesproken).
      * Bij afwijzing: inhoudelijk onderbouwing door de school door middel van een gesprek. De afwijzing wordt schriftelijk vastgelegd, waarbij alle argumenten op rij worden gezet.

Algemeen
De ouders worden door de school nadrukkelijk betrokken in het totale proces. Dat wil zeggen dat zij goed op de hoogte zijn van de inhoud van alle stappen en dat zij tussentijds mondeling op de hoogte worden gehouden van de vorderingen.

De school heeft binnen 8 weken een besluit genomen, gerekend vanaf de aanmelding tot en met de mededeling aan de ouders over het besluit.

Bij de besluitvorming over plaatsing spelen ook de grenzen van integratie een rol:
♦ weigering van de ouders om de grondslag van de school te respecteren
♦ de orde en veiligheid wordt te veel verstoord (kan een rol spelen bij gedragsproblematiek)
♦ de verzorging en behandeling interfereert te veel in het onderwijs
♦ het leerproces van andere kinderen wordt verstoord
♦ er is gebrek aan opname capaciteit
(de eerste en laatste overwegingen gelden niet specifiek voor kinderen met een handicap)

De school stelt de belangen van het kind centraal. Dat betekent dat het onderwijs aan het kind niet de dupe mag worden van regelgeving. De school maakt deel uit van een samenwerkingsverband Weer Samen Naar School. Binnen dit samenwerkingverband zijn afspraken gemaakt op welke manier samengewerkt wordt met PCL, SBAO. BAO en REC’s. In goed overleg wordt door de direct betrokken steeds nagegaan waar het onderwijs aan het kind het beste vorm kan worden gegeven. Dit alles natuurlijk in nauw overleg met de ouders.

4.4  Begeleiding naar het voortgezet onderwijs

Na acht jaar kunnen de kinderen naar het voortgezet onderwijs. Ze hebben de keuze uit meerdere scholen. Wij proberen hen en hun ouders bij die keuze te helpen. De leraar van groep 8 heeft zoveel mogelijk informatie van de leerlingen vergaard. Niet alleen de schoolvorderingen zijn van belang, maar aspecten als doorzettingsvermogen, studiehouding en faalangst zijn ook erg belangrijk. Aan het eind van groep 7 in april of mei nemen we de Cito-entreetoets af. Dit geeft een indicatie van de beheersing van de basisstof door de leerling. Alle leerlingen van groep 8 doen mee aan de Cito-eindtoets. Ook hebben alle kinderen de mogelijkheid om te besluiten mee te doen aan de AOB-toets (AOB = Algemene Onderwijsbond). Deze toets moet door de ouders zelf worden betaald.

Elk jaar organiseert de Vereniging Voor Openbaar Onderwijs in de gemeente Borsele een speciale informatieavond voor de ouders van de leerlingen uit groep 7 en 8. De vertegenwoordigers van de verschillende scholen geven dan informatie over hun onderwijsinstituut. Ook wordt er in november een informatieavond georganiseerd door Pontes scholengroep uit Goes. Dit is het openbaar voortgezet onderwijs en omvat verschillende afdelingen waar leerlingen na het basisonderwijs naar toe kunnen. Daarnaast wordt er veel voorlichtingsmateriaal van de verschillende scholen verspreid. Dit verspreiden we voor het voortgezet onderwijs onder de leerlingen en hun ouders. Ook kunt u een bezoek brengen aan de scholen voor voortgezet onderwijs. De data van de ‘open dagen’ worden via ons bekend gemaakt. De definitieve keuze vindt plaats tijdens een individueel schoolkeuzegesprek. Op basis van de toetsuitslagen en het advies van de leraar van groep 8 gaat een advies naar de ouders toe. De aanmelding gebeurt via de basisschool. Een toelatingscommissie van de ontvangende school beslist aan de hand van de gegevens. Deze gegevens bestaan uit: het advies van de basisschool en de uitslag van een onafhankelijk toetsbureau (Cito en eventueel AOB) of de leerling wel of niet wordt geplaatst.

Speciaal tintje
Na de basisschool breekt er voor de kinderen van groep 8 een nieuwe periode in hun leven aan. Het is bij ons op school de gewoonte om deze overstap van de basisschool naar het voortgezet onderwijs een speciaal tintje te geven. Samen met de kinderen wordt er een dagprogramma opgesteld. Op die dag gaan de kinderen met de leraar iets gezamenlijk ondernemen. Dat is dan bijvoorbeeld een dagje naar het strand of naar het zwembad, bowlen of een tochtje per tandem. De dag wordt meestal afgesloten met een ‘etentje’. ‘s Avonds, of de avond erna, komen de kinderen met hun ouders en de leraren van de school bijeen om plechtig afscheid te nemen. Tijdens dat gebeuren krijgen de kinderen een aandenken aan hun ‘Octopus- tijd’.

4.5  Naschoolse en buitenschoolse activiteiten

Naschoolse activiteiten
In groep 6, 7 en 8 wordt regelmatig huiswerk gegeven. Ook in de lagere leerjaren moeten de leerlingen soms werk afmaken of bepaalde leerstof extra oefenen. Het is de bedoeling dat uw kind in eigen tijd leert plannen. Het werk geven de leraren altijd een aantal dagen van tevoren op. We vinden het wel belangrijk dat de ouders meewerken in de vorm van het werk begeleiden en controleren op netheid.

Buitenschoolse activiteiten
Incidenteel worden er activiteiten georganiseerd waar uw kind vrijwillig aan deel kan nemen. De bedoeling is dat kinderen het leuk vinden om zich te ontplooien in activiteiten waar ze plezier aan beleven of bijzonder goed in zijn. 
Het kunnen diverse activiteiten zijn, zoals:
♦ deelname aan een schoolvoetbaltoernooi;
♦ deelname aan een handbaltoernooi.

4.6  School- en klassenafspraken

Schoolreis en schoolkamp
Eenmaal in het jaar gaan de kleuters op schoolreis. Er wordt dan een bestemming op Walcheren of de Bevelanden uitgezocht. Het streven is om het uitstapje een educatief en een speels karakter te geven.

Om het jaar gaan groep 3 tot en met 8 afwisselend op schoolreis of op schoolkamp. Groep 3 tot en met 5 gaat doorgaans twee dagen en groep 6 tot en met 8 drie dagen in de maand mei of juni. De reis gaat per auto, maar de kinderen van de bovenbouw kunnen ook per fiets gaan als de veiligheid dit toelaat. Het programma bestaat uit bos- en natuurspelen, strandspelen en een museumbezoek. De kinderen die om de één of andere reden niet meegaan op schoolkamp, moeten op last van de inspectie gewoon naar school.

Verjaardagen
Voor verjaardagen of bruiloft van familie mogen de kinderen iets maken of kleuren. Als uw kind iets wil maken voor zo’n feestelijke gebeurtenis, wilt u dit dan doorgeven aan de leraar?

Fotograaf
Eens per jaar, in mei, komt de schoolfotograaf op bezoek. Er is een afspraak met hem om een bepaald schema te hanteren. De fotograaf maakt foto’s van ieder kind apart, broers en zussen samen op een foto en een groepsfoto van de hele groep. Onze leelringen krijgen de foto’s mee naar huis. Het is de bedoeling dat u de keuze maakt welke foto’s u wel of niet wilt houden. In de week daarna kunt het geld, de foto’s en de eventuele nabestellingen terug op school brengen. Dit om administratieve beslommeringen voor de leraren te beperken.

Kerstactiviteiten
Elk jaar vlak voor de kerstvakantie nuttigen de kinderen gezamenlijk de kerstmaaltijd op een feestelijke wijze. Daarnaast organiseert de ouderraad het ene jaar een kerstbingo en het andere jaar een kerstmusical voor ouders en belangstellenden. De kerstmusical wordt zo mogelijk door alle leerlingen opgevoerd.

Grote Avond
De Grote Avond is een tweejaarlijks evenement. De leerlingen van groep 1 tot en met 4 en de leerlingen van groep 5 tot en met 8 voeren dan gezamenlijk musicals op. Deze happening vindt meestal plaats in de maand maart of april in het Verenigingsgebouw ‘Ammekoare’ (naast de school). Ouders en belangstellenden zijn dan van harte welkom.

Sinterklaasfeest
De sint en de pieten bezoeken elk jaar de school. Het programma wordt in overleg met de Regenboogschool opgesteld. Het ene jaar komt Sinterklaas in de ochtend en het andere jaar in de middag op school. Er is altijd een programma met alle groepen bijeen in de gemeenschapsruimte, daarna in de eigen klas. Onze leerlingen krijgen cadeautjes naar aanleiding van te voren ingeleverde verlanglijstjes.

Slotdag
In de laatste schoolweek organiseert de ouderraad een eindfeest voor alle leerlingen. Deze dag wordt meestal gevierd rondom een bepaald thema. De kinderen leggen dan vaak een spelcircuit af. Soms blijven de kinderen tussen de middag op school eten.

Sportdag
De scholen uit de plaatsen Borssele, Lewedorp en Nieuwdorp organiseren jaarlijks een sportdag voor de leerlingen in groep 5 tot en met 8. Deze dag vindt normaal gesproken plaats in Nieuwdorp. De volgende onderdelen komen dan voorbij:  
♦ Ochtend: groep 5 en 6 slagbal en groep 7 en 8 atletiek.
♦ Middag: groep 5 en 6 atletiek en groep 7 en 8 slagbal.
De kinderen blijven tussen de middag op het sportveld eten. Ze kunnen dan een lunchpakket meenemen. De kinderen in groep 3 en 4 zijn die dag meestal vrij.

Naamkaarten kleuters
Alle kleuters hebben een kaart waarop hun naam is gestempeld. Op deze kaart is ook een foto geplakt van uw kind. Deze kaart wordt gebruikt om de kinderen hun naam en/of letters te leren herkennen en om de naam na te stempelen. Als uw kleuter nog geen kaart heeft, wilt u dan een fotootje van uw kind op school afgeven?

Ophalen
We proberen de rust in de school tijdens de lessen zoveel mogelijk te bewaren. Daarom willen wij de mensen, die de kinderen ophalen om kwart voor twaalf, vragen de volgende regel op te volgen. Bij mooi weer, buiten wachten en bij slecht weer in de gang vóór de tochtdeuren wachten. Wilt u de tochtdeuren gesloten houden en erop toezien, dat er geen jongere broertjes of zusjes door de gang gaan lopen of de kleuterklas binnen gaan? Wij zijn u daar dankbaar voor!

Om de situatie voor de kinderen veiliger te maken, willen wij u vragen de volgende regels in acht te nemen:
♦ Auto’s parkeren op de parkeerstrook of op de straat, niet op de stoep.
♦ Uw kind naar het plein brengen.
♦ Uw kind van het schoolplein afhalen.

5.  De leraren

De leraren spelen een belangrijke rol in het basisschoolleven van uw kind. Tegenwoordig hebben de kinderen vaak met twee leraren te maken, één vaste leraar en een leraar voor vervanging bij ziekte, ADV (arbeidsduurverkorting), studieverlof of scholing (5.1). Daarnaast wordt er vaak gebruikt gemaakt van de inzet van onderwijsassistenten (5.2) en de begeleiding en inzet van stagiaires van de PABO (5.3). De leraren hebben vaak scholing (5.4) nodig om in te spelen op de constant veranderende leermethodes, zodat de kwaliteit van het onderwijs optimaal blijft.

5.1  Wijze van vervanging

Het is niet meer zoals vroeger dat elke leraar vijf dagen werkt en daarmee de enige leraar van een groep is. Vele leraren werken vier of vijf dagen. Bovendien kunnen de leraren ook werktijdverkorting opnemen. Verschillende groepen hebben twee leraren. Dagen datiemand met ADV (arbeidsduurverkorting) of BAPO (Bevordering Arbeidsparticipatie Ouderen) is, zijn opgenomen in het activiteitenplan. De vervanging is dus van tevoren geregeld. Bij ziekte of scholing is dat niet mogelijk. De scholen kunnen dan een beroep doen op bureau Onderwijscampus. Zij bemiddelen in het regelen van vervanging.

5.2  Inzet van onderwijsassistenten

Een school met meer dan 180 leerlingen krijgt de beschikking over een onderwijsassistent. Een onderwijsassistent wordt voornamelijk ingezet in de onderbouwgroepen en assisteert de groepsleraar bij alle voorkomende werkzaamheden. Het varieert van schoenen strikken bij de kleuters tot het bieden van extra ondersteuning bij het lees- en rekenonderwijs in groep 3 en 4. Afhankelijk van de personele bezetting wordt de onderwijsassistent daar ingezet waar zijn of haar hulp het meest noodzakelijk is. Onze school komt hier helaas niet voor in aanmerking. Wel kan het voorkomen dat onderwijsassistenten in opleiding bij ons stage lopen.

5.3  Begeleiding en inzet van stagiaires

Onze school biedt de gelegenheid aan studenten van de PABO (opleiding voor leraren basisonderwijs) om werkervaring op te doen. Afhankelijk van het studiejaar zal een student meer of minder zelfstandig les geven. Dit gebeurt onder verantwoordelijkheid van de groepsleraar. Ook kan het voorkomen dat leerlingen van VMBO, HAVO of VWO een ‘snuffelstage’ doen op onze school. Zo maken zij kennis met het beroep leraar of klassenassistent. Ook leerlingen van het ROC kunnen bij ons stagelopen.

5.4  Scholing van leraren

De kwaliteit van het onderwijs is mede afhankelijk van de kwaliteit van het personeelsbestand. We hechten dan ook veel waarde aan scholing en training van de personeelsleden. Jaarlijks wordt er een nascholingsplan opgesteld waar de nascholingswensen van het team en die van de individuele teamleden in worden opgenomen.

6. De ouders

De betrokkenheid van de ouders op school is belangrijk voor de opvoeding van de kinderen. Wij proberen de ouders zoveel mogelijk te betrekken bij de school. Hoe krijgen we het voor elkaar dat de ouders gemakkelijk en graag naar school komen? Dit doen wij door schriftelijke en mondelinge informatievoorziening (6.1). Ouders kunnen ook meedenken en beslissen als lid van de ouderraad of van de medezeggenschapsraad (6.2). Daarnaast is er nog contact met de ouders over de opvang van uw kind (6.3), een klacht (6.4) en de ouderbijdrage (6.5). Ook worden de ouders betrokken bij de veiligheid van de school (6.6).

6.1  Betrokkenheid en informatievoorziening

De opvoeding van de kinderen is in belangrijke mate de verantwoordelijkheid van de ouders. De school heeft hierin ook een duidelijke taak. Het is van groot belang dat de ouders en de school hierover overeenstemming hebben. We vinden het belangrijk dat ouders betrokken zijn bij en op de hoogte zijn van de ontwikkelingen bij ons op school. Een goed contact tussen ouders en school is noodzakelijk. Door dit contact weten de ouders ook waar de leraren en onze leerlingen op school mee bezig zijn.

Contactmogelijkheden
De leraren gaan op huisbezoek als dit gewenst is. Het initiatief hiertoe kan uitgaan van de leraar, maar ook van de ouders. Daarnaast vindt er tweemaal per jaar een rapportbespreking over de vorderingen van uw kind plaats.

Onderwijsinformatie
♦ Nieuwsbrief 
Maandelijks wordt de nieuwsbrief ‘Octopus-Info’ uitgegeven. Hierin staan de belangrijkste mededelingen voor de betreffende maand in vermeld. 
♦ Onderwijsgids
De onderwijsgids is een uitgave van het Ministerie van Onderwijs. Hierin staan de algemene rechten en plichten van ouders en leerlingen. Deze wordt via de Sociale Verzekeringsbank verspreid aan alle ouders die kinderen in de leeftijd van 3 jaar hebben. De gids kunt u ook op school verkrijgen. 
♦ Informatieavond
Op de informatieavonden geven de leraren informatie over de gang van zaken in hun klas en op de school. Dit kan gaan over de leerstof, de organisatie of schoolzaken in het algemeen. 
♦ Ouderavond
De medezeggenschapsraad (MR) en de ouderraad (OR) organiseren jaarlijks een ouderavond. Zo’n avond bestaat uit een zakelijk gedeelte waarbij de MR en OR verantwoording afleggen van de door hen ontwikkelde activiteiten. Ook is er gelegenheid voor de directeur en het schoolteam om informatie te verstrekken. Na de pauze staat er meestal een pedagogisch of didactisch onderwerp centraal. 
♦ Informeel
Regelmatig zijn er informele bijeenkomsten. Denkt u daarbij aan de kerstviering, de grote avond, het kijkuurtje aan het eind van een projectweek, een tentoonstelling en de afscheidsavond van groep 8.
♦ Rapport
Drie keer per jaar krijgen de leerlingen een rapport. Op onze school gebruiken we jaarrapporten. Deze worden drie keer per jaar ingevuld. Voor groep 3 tot en met 8 in november, maart en juni/juli. Voor groep 1 en 2 in februari en juni/juli. Uw kind krijgt dit rapport mee naar huis. Daarna vindt de rapportbespreking plaats. Wilt u zo vriendelijk zijn het rapport ongeveer twee weken na de rapportbespreking weer op school in te leveren bij de leraar? 
♦ Schoolkrant
Enkele keren per jaar komt er een schoolkrant uit. Naast mededelingen en beschrijvingen van het onderwijzend personeel staat de krant vol kinderwerk. Al met al een uitgave die bekeken én gelezen mag worden.
♦ Internet
Zoals veel scholen is ook onze school aangesloten op het internet. Er worden al heel wat e-mails verstuurd, zelfs door de kinderen. Het e-mail adres van de school is deoctopus@octopusnieuwdorp.nl. De school heeft ook een homepage. Naast de algemene informatie over de school kunt u hier ook de nieuwsbrief van de school (‘Octopus–Info’) lezen en de werkjes van de kinderen bewonderen. Het adres van deze site is www.octopusnieuwdorp.nl.

6.2  Inspraak

Ouderraad
Vroeger had bijna iedere school een oudercommissie. Nu de inspraak van de ouders via de medezeggenschapsraad wettelijk is geregeld zijn die oudercommissies officieel verdwenen. Gelukkig gaat het werk dat de oudercommissies deden gewoon door, omdat ze zijn omgebouwd tot ouderraden. Zij adviseren hun vertegenwoordigers in de medezeggenschapsraad. Een ouderraad kan natuurlijk meer doen, dan alleen maar adviezen geven. Er kunnen ook allerlei initiatieven genomen worden om als ouderraad iets te organiseren:
♦ sinterklaasfeest
♦ kerstviering
♦ musical
♦ sportdag
♦ schoolreis en schoolkamp
♦ verjaardagen van het onderwijzend personeel
♦ projecten
♦ educatieve excursies in het kader van projecten
♦ laatste schooldag
♦ contacten met scholen in het buitenland.

In al deze activiteiten worden wij ondersteund door enthousiaste ouders. Ook zijn er ouders die assisteren bij lezen, handvaardigheid, computer, kokkerellen, spelletjes en het overblijven. Het onderhoud van leermiddelen en -materialen en bouwactiviteiten op het plein gaat ook met ouderassistentie.

De leden van de ouderraad zijn:
   mevr. Marjo de Vos                         mevr. Corinda Boonman
   mevr. Jeanette Groenewegen          mevr. Maria Kanters
   mevr. Heleen Dingemanse                mevr. Carmen Traas
   mevr. Anouschka da Silva                mevr. Carola Mol
   mevr. Lonneke de Winter 

Medezeggenschapsraad (MR)
De medezeggenschapsraad is een raad waarin ouders en personeelsleden zitting hebben. Zij werken met een van tevoren vastgesteld reglement. In dit reglement staat bijvoorbeeld dat MR praat met het schoolbestuur (de gemeente Borsele) over allerlei zaken over de school.

Er bestaat adviesrecht en ook instemmingsrecht. Bij adviesrecht kan de MR niet verder gaan dan het geven van adviezen aan het schoolbestuur. Bij instemmingsrecht kan het bestuur alleen maar iets doen, als de MR er mee instemt.

De medezeggenschapsraad heeft een belangrijke taak. Ieder jaar moet de schoolgids opnieuw worden vastgesteld. Dit wordt met de MR besproken. Er moeten ook beslissingen worden genomen over het personeel, over de aanschaf van bepaalde leermiddelen en het schoolgebouw.

De leden van de raad worden gekozen door de groep die zij vertegenwoordigen:
♦ De ouderleden worden gekozen door de ouders.
♦ De personeelsleden worden gekozen door het team van leraren.

De MR van onze school maakt na de fusie onderdeel uit van de MR van ‘De Reiger’ in Heinkenszand. Die bestaat uit 6 leden, 3 leraren en 3 ouders. De vergaderingen van de MR zijn openbaar. Voor deze vergaderingen ligt een uitnodiging op school klaar. De vergaderingen vinden beurtelings plaats in Nieuwdorp of Heinkenszand. De verslagen van de vergaderingen liggen voor iedereen op school om in te zien. De verkiezingen voor de MR en de OR worden meestal in de periode mei/juni van het schooljaar gehouden.

De leden van de MR zijn:
♦ Voorzitter:
   
mevr. Marjanne Kole (‘De Octopus’)
♦ Ouders:
   
mevr. Lian de Vos (‘De Octopus’)
    dhr. Paul Kanters (‘De Octopus’)
♦ Onderwijzend personeel:
    
dhr. Gijs van der Does (‘De Octopus’) 
    mevr. Marjanne Kole (‘De Octopus’) 
    mevr. Marleen Trasancos-Maas (‘De Reiger’)  
    mevr. Conny Henderikx-Baan (‘De Reiger’)     

Gemeenschappelijk Medezeggenschapsraad (GMR)
Binnen de gemeente Borsele bestaat er ook nog een GMR. Hierin zijn alle medezeggenschapsraden van de openbare scholen vertegenwoordigd. In deze GMR komen zaken aan de orde die alle openbare scholen aangaan.

6.3  Opvang

Tussenschoolse Opvang
Kinderopvang de Bevelanden verzorgt op ‘De Octopus’ de tussenschoolse opvang (TSO). Uw kind kan op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag op school eten tussen 11.30 -12.00 uur en 13.00 uur. Ze worden begeleid door medewerkers van Kinderopvang de Bevelanden. Meestal zijn dat vertrouwde gezichten voor de kinderen en u. Gezellig met z’n allen aan tafel wat eten en drinken en daarna nog even lekker naar buiten om energie op te doen voor het middagprogramma. Dat is onze TSO in het kort. 
Hoe vaak komt uw kind? Dat bepaalt u zelf en hangt af van uw opvangwens. Wanneer uw kind 1 of meerdere keren per week op school komt eten, dan kunt u het beste een abonnement aanvragen. U koopt een abonnement voor 1, 2, 3 of 4 keer per week. Eet uw kind niet elke week op school? Dan kunt u een strippenkaart van 10 keer kopen. U meldt uw kind aan als hij of zij komt eten. Dit kan in de overblijfmap op onze school. Als uw kaart vol is, kunt u een nieuwe bestellen bij Kinderopvang de Bevelanden. Komt uw kind maar heel af en toe, dan kunt u per keer betalen. U betaald dan met een strippenkaart van school. Wanneer u een abonnement afneemt, ontvangt u gratis TSO. Per 40 keer TSO ontvangt u 1 keer extra TSO per 13 schoolweken.

Meer informatie over de TSO vindt u op www.kinderopvangdebevelanden.nl. U kunt ook contact opnemen met de afdeling Advies & Bemiddeling, telefoonnummer (0113) 619 090 of planning@kinderopvangdebevelanden.nl .

Buitenschoolse opvang
Met ingang van 1 augustus 2007 is het bestuur verplicht een regeling te hebben voor buitenschoolse opvang (BSO). Ook hier is het bestuur een contract aangegaan voor buitenschoolse opvang met Kinderopvang De Bevelanden. In een behoefteonderzoek in het voorjaar van 2008 is gebleken dat er in Nieuwdorp aan het begin van het schooljaar weinig ouders of verzorgers gebruik wilden maken van de BSO. Bij weinig aanbod zoeken we naar een gastoudergezin of kan het kind naar een BSO in een ander dorp. Bij voldoende deelname zal de BSO in het eigen dorp plaatsvinden.

6.4  Klachtenprocedure

Als een ouder een klacht heeft, stapt hij of zij meestal naar de leraar of de locatieleider. Het kan voorkomen dat een gesprek geen oplossing brengt. Dat kan een bron van onvrede worden met allerlei gevolgen. Werken met een formele, vastgestelde klachtenprocedure kan een oplossing zijn. Met het instellen van een klachtenprocedure willen we aantonen dat we uw opmerkingen serieus nemen. U weet nu dat een school niet het laatste woord heeft, maar zelf ook onder kritiek kan staan. U hebt hiermee een instrument in handen om gerechtvaardigde verlangens in de vorm van een klacht alsnog bespreekbaar te maken.

De gezamenlijke onderwijsorganisaties hebben één klachtenregeling voor het primair en voortgezet onderwijs ontwikkeld. Zo is men erin geslaagd om voor alle richtingen tot één klachtenregeling te komen. Een gevolg van die gezamenlijkheid is, dat de regeling juridisch juist en helder is. Dat was een reden voor ons om deze ook voor de openbare scholen in de gemeente Borsele te laten gelden.

Klachtrecht
Het in de wet vastgelegde klachtrecht houdt in, dat de ouders klachten kunnen indienen over gedragingen en beslissingen (of het nalaten daarvan) van het bevoegd gezag en het personeel van de school. De meeste klachten over de dagelijkse gang van zaken worden onderling op de juiste manier afgehandeld. Dit gebeurt in overleg met ouders, leerlingen, personeel en schoolleiding. Is dit niet het geval, dan kan men een beroep doen op de klachtenregeling.

Leerlingenstatuut
Op grond van de WPO hebben de openbare scholen Borsele de rechten en plichten van de leerlingen en ouders vastgelegd in een leerlingenstatuut. Hoewel  ouders in het primair onderwijs meestal als vertegenwoordiger van het kind optreden, hebben we voor de naam leerlingenstatuut gekozen en niet voor het woord ouderstatuut: zowel voor de school als de ouders staat het belang van de leerling voorop. In het leerlingenstatuut staan de volgende aspect beschreven:

Met betrekking tot het onderwijs:
♦ Toelating en verwijdering.
♦ Het verzorgen en volgen van onderwijs.
♦ Toetsing, beoordeling en rapporten.

Met betrekking tot rechten ten aanzien van de eigen persoon:
♦ Recht op informatie en privacybeleid.
♦ Vrijheid van meningsuiting, normen en waarden.

Met betrekking tot andere aspecten:
♦ Aanwezigheid.
♦ Klachtenregeling.

Bij het leerlingenstatuut is het gedragsprotocol als bijlage opgenomen. Daarin zijn de gewenste gedragsnormen omschreven. Ons leerlingenstatuut (inclusief het gedragsprotocol) ligt op school.

Klachtenregeling
Op grond van de Wet op primair onderwijs (WPO) beschikken de openbare scholen Borsele over een klachtenregeling. Bij een eenvoudig verschil van mening of een misverstand, is het belangrijk om niet te wachten en meteen de juf of meester van uw kind te vragen om er samen over te praten. Vrijwel elk verschil van mening is op deze manier goed op te lossen. Wanneer het verschil of de klacht ernstiger is en/of niet bevredigend opgelost wordt, kan een gesprek met de directeur wellicht tot een oplossing leiden. Voor meer ingewikkelde klachten of meningsverschillen verwijst de school u door naar de vertrouwenspersoon. Dit is Corry Verpalen. Zij is te bereiken via telefoonnummer (0113) 212410. Zij zal in eerste instantie via bemiddeling een oplossing trachten te bereiken. Ook kan zij u eventueel doorverwijzen naar een instantie die gespecialiseerd is in opvang of nazorg. Indien nodig kan zij uw probleem aandragen bij een onafhankelijke klachtencommissie. Ons bestuur is hiervoor aangesloten bij de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs (LKC). De LKC is onderdeel van Stichting Onderwijsgeschillen. De LKC onderzoekt de klacht en beoordeelt (na een hoorzitting) of deze gegrond is. De LKC geeft advies en eventuele aanbevelingen aan het schoolbestuur. Het schoolbestuur neemt over de afhandeling van de klacht en het opvolgen van de aanbevelingen de uiteindelijke beslissing. Onze klachtenregeling kunt u op school inzien en is ook te vinden op www.openbaaronderwijsborsele.nl.

Klachtencommissie
Het bevoegde gezag sluit zich aan bij een onafhankelijke klachtencommissie.
Deze commissie bestaat uit minimaal drie personen: iemand met juridische deskundigheid, iemand met sociaal-medische deskundigheid en iemand met onderwijskundige deskundigheid. Zij behandelen de officieel op schrift gestelde klachten. De klager wordt door de commissie gehoord evenals de aangeklaagde en eventuele getuigen. In een rapport aan het bevoegd gezag geeft de commissie een gemotiveerd oordeel of de klacht wel of niet gegrond is. Dit wordt vergezeld van een advies over de te nemen maatregelen. Naar aanleiding hiervan neemt het bevoegd gezag een besluit. Dit wordt schriftelijk wordt doorgegeven aan de klager, aangeklaagde en klachtencommissie. Op elke locatie ligt een klachtenregeling om in te zien.

6.5  Ouderbijdrage

Bij het begin van het schooljaar ontvangen alle ouders/verzorgers een (wettelijk verplichte) overeenkomst. Ondertekening van deze overeenkomst geeft aan dat de financiële bijdrage van de ouders op vrijwillige basis plaatsvindt en dat de ouders wel of niet akkoord gaan met de genoemde bedragen.
Deze bijdrage is € 30,00 per kind (wordt vastgesteld tijdens de jaarlijkse ouderavond).
Komt uw kind gedurende het lopende schooljaar op De Octopus, dan wordt uw bijdrage omgerekend naar het aantal maanden dat uw kind dat jaar nog onderwijs krijgt. Hierbij gaan we uit van 10 schoolmaanden. Dus …/10 x € 30,-
Wanneer u gedurende het schooljaar vertrekt wordt deze regeling eveneens toegepast en ontvangt over de resterende maanden geld retour.

Hieronder volgt een greep uit de activiteiten die geheel of gedeeltelijk uit het schoolfonds worden bekostigd:
♦ sinterklaasfeest
♦ kerstviering of -musical
♦ de Grote Avond
♦ afscheidsavond groep 8
♦ laatste schooldag
♦ verzekering

Wij willen u vragen de ouderbijdrage voor 1 november over te maken ten name van ‘schoolfonds De Octopus’ onder vermelding van ‘Schoolfonds 2009-2010’ en de naam van uw kind op bankrekeningnummer 3805.28.932 van de Rabobank in Goes. U ontvangt hiervoor ter zijner tijd een acceptgiro van de school. De kosten voor een schoolreis of schoolkamp worden apart in rekening gebracht. Dit is besloten omdat deze kosten variabel zijn.

Sponsoring
De school voert een enigszins terughoudend beleid ten aanzien van de aanvaarding van materiële of geldelijke bijdragen. We doen dit zeker niet, wanneer er naar de leerlingen toe bepaalde verplichtingen aan verbonden zouden zijn.

6.6  Veiligheid

Schoolverzekering
Aan het begin van het nieuwe schooljaar sluiten we voor alle leerlingen een collectieve schoolongevallenverzekering af. Deze ongevallenverzekering is uitsluitend voor uw kind van kracht: 
♦ Tijdens verblijf in het schoolgebouw of op de daarbij behorende terreinen. Dit gedurende de officiële schooluren en tijdens het gaan van huis naar school en omgekeerd, gedurende ten hoogste 1 uur voor en 1 uur na schooltijd.
♦ Tijdens de deelneming aan schoolwedstrijden, tijdens verblijf op sportvelden, in gymnastieklokalen, zwembaden en dergelijke. Dit moet wel plaats vinden in schoolverband en onder toezicht, alsmede op ouderavonden en schoolfeestjes.
♦ Tijdens schoolreizen, in vakantieverblijven, tijdens excursies en uitstapjes in schoolverband Dit geldt zowel in Nederland als daarbuiten in Europa, zolang de leerlingen onder toezicht staan van leraren en leraressen.

Deze schoolongevallenverzekering geldt niet in de schoolvakanties en niet op vrije dagen. Deze verzekering kunt u beschouwen als een basisvoorziening van de school bij een eventueel ongeval van uw kind. Extra dekking van  tandheelkundige behandeling is hierbij niet mogelijk. Deze verzekering dekt ook geen schade aan kleding, brillen, fietsen en dergelijke. Stelt u het op prijs een duurdere verzekering af te sluiten, dan komt dit geheel voor uw eigen rekening.

Wet publieke gezondheid
Kinderen zijn extra kwetsbaar voor infectieziekten en deze kunnen voor hen ernstige gevolgen hebben. Voor scholen is het mogelijk een ongewoon aantal zieken vroegtijdig op te merken. Op basis van de Wet publieke gezondheid heeft de directeur van de school de plicht om een ongewoon aantal zieken onder de kinderen en het personeel te melden bij de GGD. Het gaat dan bijvoorbeeld om aandoeningen zoals diarree, geelzucht, huidaandoeningen of andere ernstige aandoeningen van mogelijk infectieuze aard. In overleg met school kan de GGD nader onderzoek instellen en maatregelen adviseren om verdere verspreiding van de ziekte naar personen binnen en buiten de school tegen te gaan. Wanneer bij uw kind door de huisarts of specialist een besmettelijke aandoening is vastgesteld, stellen wij het op prijs dat u dit meldt aan de leraar of de directeur van de school. Deze informatie zal vanzelfsprekend door onze school vertrouwelijk worden behandeld.

Schoolveiligheidsplan
De veiligheid in en om school omvat meerdere elementen. Voelen leerlingen en leraren zich veilig? Wordt er aandacht besteed aan pestgedrag? Is het gebouw en de schoolomgeving veilig? Voor de openbare scholen Borsele is een risico-inventarisatie en -evaluatie (RIE) uitgevoerd. Het doel is om de ondervonden knelpunten op het gebied van veiligheid en arbeidsomstandigheden weg te nemen. Daarnaast is er een gedragsprotocol waarin gewenste gedragsnormen zijn omschreven. Dit schooljaar zal gewerkt worden aan een integraal veiligheidsplan waarin meerdere factoren op het gebied van veiligheid zullen worden samengebracht. U kunt hierbij denken aan incidentregistratie, anti-pestprotocollen, nazorgbeleid, beleid op het gebied van agressie en geweld en diverse protocollen hoe te handelen in niet-alledaagse situaties.

Jeugd E.H.B.O.
In samenwerking met het Nederlandse Rode Kruis en de Regenboogschool wordt er elk jaar aan de leerlingen van groep 8 een cursus ‘Jeugd E.H.B.O.-A’ gegeven. De cursus wordt gegeven op de vrijdagmorgen. Het ene jaar op ‘De Octopus’ en het andere jaar op ‘De Regenboog’. De cursus wordt later afgesloten met een examen. Om de kosten draaglijk te houden, vragen we van u een financiële bijdrage van € 7,50. Na afloop van de cursus mogen de kinderen het boek houden.

7.  Ontwikkeling van het onderwijs

Op ‘De Octopus’ vinden er regelmatig activiteiten plaats ter verbetering van het onderwijs (7.1). Door deze activiteiten, kan er worden ingespeeld op de ontwikkeling van de leerlingen. Naast het uitvoeren van deze activiteiten werkt ‘De Octopus’ samen met andere scholen en instellingen (7.2). Door deze samenwerking wordt er aandacht besteedt aan kinderen met schoolproblemen, studenten in opleiding tot leraar en het gezondheidsbeleid.

7.1  Activiteiten onderwijsverbetering

In 2008/2009 zijn we verder gegaan met het vernieuwen van het taalonderwijs. Daarnaast hebben we een impuls gegeven aan het taalonderwijs door het werken met een taalbeleidsplan. Hierdoor ontstaat er door de gehele school, van groep 1 tot en met groep 8, één doorgaande lijn in ons onderwijs. Verder zal de invoering van het dyslexieprotocol met alle daaraan gekoppelde werkzaamheden worden verfijnd. Op deze manier kan geen enkel kind tussen het net van ons volgsysteem doorglippen.

7.2  Samenwerking met andere scholen en instellingen

O.O.B.
Deze afkorting betekent: Openbaar Onderwijs Borsele. Het bestuur van de openbare scholen binnen de gemeente Borsele vindt samenwerking tussen de scholen van groot belang. Er zijn structuren opgebouwd om de samenwerking op het gebied van management, onderwijs en medezeggenschap verder gestalte te geven. Er is een Bovenschools Management aangesteld.

RPCZ
Het Regionaal Pedagogisch Centrum Zeeland (RPZC) is een schoolbegeleidingsdienst. Daar werken mensen die gespecialiseerd zijn in het bedenken van een aanpak voor kinderen met schoolproblemen. Als leraren ondersteuning wensen bij de hulp aan leerlingen, kan het RPCZ ingeschakeld worden. Voor na- en bijscholing kunnen leraren ook bij de schoolbegeleidingsdienst terecht.

WSNS
In het samenwerkingsverband Weer Samen Naar School werken de scholen van de Bevelanden samen met de mensen uit het speciaal onderwijs. Deze mensen kunnen hun deskundigheid inzetten op de basisschool.

Voortgezet Onderwijs
Met de scholen voor voortgezet onderwijs in de regio onderhouden we een goede relatie. Het is van belang dat we van elkaars werkwijze op de hoogte zijn. Daarnaast worden wij geïnformeerd over de prestaties van onze oud-leerlingen. Studenten uit het middelbaar beroepsonderwijs, die een opleiding volgen voor onderwijsassistent kunnen bij ons aan hun stageverplichtingen voldoen.

PABO
Studenten van de PABO (opleiding voor leraren basisonderwijs) komen ook op onze school voor hun stage. Docenten van de PABO verzorgen ook her- en bijscholingscursussen die voor het onderwijzend personeel van belang zijn.

Bibliobus
In de oneven weken op maandagmiddag staat de bibliobus voor de school. De kinderen kunnen deze dan bezoeken. Nieuwe leerlingen kunnen lid worden van de bibliobus. Dit gebeurt door de op school te verkrijgen aanvraagkaart. Boeken kunnen niet langer dan drie weken geleend worden. Als deze niet verlengd worden, moet een boete worden betaald.

GGD
Het basisonderwijs werkt samen met de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) van de GGD Zeeland, met name in het kader van gezondheidsonderzoeken. De GGD ondersteunt de school bij het totstandkomen van het schoolgezondheidsbeleid.

Internationalisering
Sinds enkele jaren houdt onze school zich bezig met internationalisering. Dit houdt in dat wij als school contacten hebben met scholen uit het buitenland, in ons geval in Europa. De doelstelling van het project is dat leerlingen in contact komen met andere culturen binnen Europa. Op deze manier kunnen zij kennis opdoen van deze verschillende culturen. De voertaal is Engels, wat dus ook een extra dimensie geeft aan het taalonderwijs op school. Dit schooljaar hopen we deel te nemen aan een nieuw project met als partners: Letland, Italië, Turkije, Portugal, Polen, Slovenië, Tsjechië en Cyprus.

Bureau Halt
Bureau Halt verzorgd in een schooljaar verschillende gastlessen rondom verschillende thema’s. Hierbij kunt u denken aan thema’s zoals pesten, vuurwerk en vandalisme.

8.  De resultaten van het onderwijs

Het is van belang dat de school een goed zicht heeft op de opbrengst van het onderwijs. Dit is een belangrijke graadmeter om te weten of de school uit een leerling haalt wat er in zit. In het kader van het kwaliteitsonderzoek Openbaar Onderwijs Borsele worden de leerlingen het gehele jaar getoetst (8.1).

8.1  Toetsing

Uw kind wordt op verschillende leerstofgebieden getoetst. Deze resultaten worden verwerkt in het LVS (Leerling Volg Systeem) van Cito. Bij het bespreken van de Cito-resultaten wordt uitgegaan van de waarderingen, die in de onderstaande tabel zijn opgenomen. Naar aanleiding van de resultaten worden er per leerstofgebied conclusies getrokken. Daarbij is het belangrijk dat er rekening wordt gehouden met kleine en grote groepen. Dit kan de scores beïnvloeden. Conclusies krijgen meer waarde als het aantal kinderen in een groep groter is. Bij een groepssamenstelling van 10 of meer kinderen kunt u redelijk betrouwbare gegevens verwachten. Aan de hand van conclusies wordt gekeken welk beleid nodig is om de kwaliteit te verbeteren of te behouden.

Cito score waardering
A goed - zeer goed
B ruim voldoende - goed
C matig - ruim voldoende
D zwak - matig
E zeer zwak - zwak

In de volgende tabellen staan de behaalde Cito-scores van het schooljaar 2008/2009 in percentages. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is, dat het om kleine aantallen leerlingen gaat per groep. Dit kan zowel naar boven als naar onder de percentages flink beïnvloeden.Daarna wordt per thema op schaalniveau de uitslag van afgelopen jaar gepresenteerd. Door de begeleider wordt hier per leerling een advies aan gekoppeld.

Taal voor kleuters
 
Percentages per groep
Niv.
2
 
 
 
 
A
20%
 
 
 
 
B
 
 
 
 
 
C
40%
 
 
 
 
D
40%
 
 
 
 
E
 
 
 
 
 
l.l.en.
5
 
 
 
 
 
Ordenen
 
Percentages per groep
Niv.
2
 
 
 
 
A
20%
 
 
 
 
B
40%
 
 
 
 
C
 
 
 
 
 
D
40%
 
 
 
 
E
 
 
 
 
 
l.l.en
5
 
 
 
 
 
 

Rekenen – Wiskunde 

Algemeen           
 
Percentages per groep
Niv.
 
 
 
6
7
8
A
 
 
 
17%
33%
 
B
 
 
 
67%
17%
67%
C
 
 
 
17%
50%
 
D
 
 
 
 
 
33%
E
 
 
 
 
 
 
l.l.en
 
 
 
6
6
3
 
 
Begrijpend lezen
 
 
Percentages per groep
Niv.
5
6
7
8
A
 
17%
 
 
B
83%
33%
33%
67%
C
17%
50%
67%
 
D
 
 
 
33%
E
 
 
 
 
l.l.en
6
6
6
3
 
 

Taalschaal

 
Percentages per groep
Niv.
 
5
6
7
8
A
 
50%
17%
67%
 
B
 
 
33%
 
33%
C
 
33%
17%
 
33%
D
 
17%
33%
33%
33%
E
 
 
 
 
 
L.l.en
 
6
6
6
3
 
 
Spelling (SVS)
 
Percentages per groep
Niv.
3
4
5
6
7
8
A
50%
50%
33%
17%
33%
33%
B
17%
17%
17%
17%
33%
33%
C
33%
 
 
33%
33%
33%
D
 
 
33%
17%
 
 
E
 
33%
17%
17%
 
 
L.l.en
6
6
6
6
6
3
 
 

Inzien
Toetsresultaten die niet in het rapport zijn vermeld op het rapport en niet toegelicht zijn bij de rapportbespreking, kunt u op verzoek op school ingezien. De uitslagen en conclusies van de Cito-entreetoets in groep 7 en de Cito-eindtoets worden door de leraar altijd uitgebreid met de ouders besproken. Het groepsgemiddelde van groep 8 bij de CITO-indtoets van schooljaar 2008/20089 lag met een score van 537,8. Dit was een stuk hoger dan het landelijk gemiddelde.

Kwin ouder –en leerlingenvragenlijsten
Voor dit schooljaar is een nieuwe afname van de KWIN gepland. In de periode oktober-november 2006 is een vragenlijst van de Kwin (Kwaliteitsindruk) ingevuld.Het Kwin-onderzoek bestaat uit een groot aantal vragen geclusterd rondom een aantal onderwerpen over het primair-, zorg- en secundair proces. In de rapportage wordt een berekening gemaakt van de mate waarin de vragen van de enquête positief beantwoord zijn. Dit wil zeggen, dat de percentages zijn terug te voeren op de ingevulde vragen.De clusters van vragen zijn opgebouwd rondom losse items.

9.  School- en vakantiedagen

De schooltijden (9.1) van groep 1 tot en met 4 verschillen iets van de schooltijden van groep 5 tot en met 8 in verband met de leeftijd van de leerlingen. Soms kan het gebeuren dat een kind vrij wil hebben of niet op school kan komen. Voor het aanvragen voor vakanties onder schooltijd bestaat er een regeling (9.2). De vakantietijden (9.3) verschillen elk jaar weer van datum. Elk schooljaar geven we deze vakantietijden zo vroeg mogelijk door aan de ouders, zodat afwezig zijn onder schooltijden zo weinig mogelijk voorkomt.

9.1  Schooltijden

Groep 1 t/m 4    
Maandag: 8.30 uur tot 11.45 uur 13.15 uur tot 15.15 uur
Dinsdag: 8.30 uur tot 11.45 uur 13.15 uur tot 15.15 uur
Woensdag: 8.30 uur tot 12.00 uur vrij
Donderdag: 8.30 uur tot 11.45 uur 13.15 uur tot 15.15 uur
Vrijdag: 8.30 uur tot 11.30 uur vrij
Groep 5 t/m 8    
Maandag: 8.30 uur tot 12.00 uur 13.15 uur tot 15.15 uur
Dinsdag: 8.30 uur tot 12.00 uur 13.15 uur tot 15.15 uur
Woensdag: 8.30 uur tot 12.15 uur vrij
Donderdag: 8.30 uur tot 12.00 uur 13.15 uur tot 15.15 uur
Vrijdag: 8.30 uur tot 12.00 uur 13.15 uur tot 15.15 uur

We houden pauze van 10.15 uur tot 10.30 uur.

Regels aanvang en einde schooltijd
♦ De kinderen blijven op het plein spelen totdat de zoemer gaat (afhankelijk van het weer).
♦ Na de middagpauze mogen de kinderen niet in de school. Als het slecht weer is mogen zij om 13.00 uur naar binnen, in de eigen klas. De kinderen van groep 1 en 2 mogen wel naar hun eigen klas.
♦ Op het schoolplein mag niet worden gefietst.
♦ De fietsen moeten netjes in de stalling worden gezet.
♦ In de fietsenstalling mag niet worden gespeeld.
♦ Er mag niet in of tussen de beplanting worden gespeeld of gelopen.
♦ Als het net over de zandbak ligt, mag er niet over het net worden gelopen.
♦ De kinderen kunnen voor in de pauze iets te eten of te drinken meenemen.
♦ Het eten en drinken gebeurt gezamenlijk in de klas.
♦ Het eten en drinken liefst in een goede tas en een goed gesloten beker meenemen.
♦ De hoeveelheid graag beperkt en gezond houden, want het is een tussendoortje.
♦ In het speelkwartier en van 13.00 - 13.15 uur is er toezicht op het plein.
♦ Van 11.45 - 13.00 uur houdt de ‘overblijfouder’ toezicht op de kinderen die overblijven.

9.2  Verlofaanvraag

De basisschool is bestemd voor leerlingen van 4 tot en met 12 jaar. Vanaf het vijfde jaar is het kind leerplichtig. Onderwijs is van groot belang voor de toekomst van uw kind. Het vergroot de kansen in de maatschappij van morgen. Het is daarom erg belangrijk dat uw kind alle lessen op school volgt. Het is de taak van de ouders om ervoor te zorgen dat hun kind iedere dag naar school gaat. Een leerling mag nooit zomaar van school wegblijven.

Extra verlof is mogelijk, maar is gebonden aan een aantal richtlijnen. Het moet schriftelijk worden aangevraagd via de directeur, het liefst twee weken van tevoren. Van deze formulieren zendt de directeur een kopie aan de leerplichtambtenaar van de gemeente Borsele. Het formulier wordt de gehele schoolloopbaan van uw kind bewaard.

Gewichtige omstandigheden
Verlof voor een tweede vakantie buitenom de schoolvakanties is niet toegestaan. Het is dus een misverstand dat een leerling recht heeft op 10 dagen extra vakantieverlof per jaar. Extra verlof mag alleen verleend worden in de volgende gevallen.
♦ Vakantieverlof van maximaal 10 schooldagen wegens de specifieke aard van het beroepvan de ouders (bijvoorbeeld een ouder die vaart en niet tijdens de schoolvakanties aan de wal kan zijn). Hiervoor is het nodig om een werkgeversverklaring met opgave van redenen te overleggen. Economische redenen zijn geen reden voor vakantieverlof. 
♦ Wegens gewichtige omstandigheden (dit wordt beoordeeld door de directeur), waarbij gedacht kan worden aan: 
     • Het voldoen aan een wettelijke verplichting, voor zover dit niet buiten de lesuren kan gebeuren.
     • Verhuizing voor maximaal één schooldag. 
     • Het bijwonen van het huwelijk van bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad voor één of maximaal twee schooldagen. Dit is afhankelijk of het huwelijk in of buiten de woonplaats het kind wordt gesloten.
     • Bij ernstige ziekte van de ouders of bloed- of aanverwanten Hierbij wordt de duur van dit verlof in overleg met de directeur bepaald.
     • Bij het overlijden van bloed- of aanverwanten.
     • Bij een ambtsjubileum en het 12½-, 25-, 40-, 50-, 55- en 60-jarig huwelijksjubileum van ouders en grootouders voor één schooldag.
     • Voor andere naar het oordeel van de directeur van de school belangrijke redenen, maar in ieder geval geen vakantieverlof.

Als aan de voorwaarden is voldaan, mag voor een vakantie eenmaal per schooljaar verlof worden verleend. Deze mag niet langer dan 10 schooldagen zijn en niet in de eerste twee lesweken van het schooljaar vallen. Voor verlof langer dan 10 dagen geldt dat de aanvraag wordt ingediend bij de leerplichtambtenaar van de gemeente Borsele. Dit gebeurt met advies van de directeur. Als een kind ongeoorloofd de school verzuimt, is de schoolleiding verplicht de leerplichtambtenaar in te schakelen. Het is mogelijk dat de leerplichtambtenaar dan eventueel een proces-verbaal opmaakt. Dit kan leiden tot een boete.

Ziekte
Als uw kind ziek is, wilt u dit dan zo spoedig mogelijk doorgeven aan de betrokken leraar? ‘s Morgens is er iemand bij de telefoon om ziekmeldingen te noteren. Korte bezoeken aan de dokter of tandarts kunnen via de klassenleraar worden geregeld. Wel is het belangrijk om deze zoveel mogelijk buiten lestijd te plannen. Wanneer een kind zonder afmelding niet op school is, wordt er kort na het begin van de les door de klassenleraar contact opgenomen met de ouders/verzorgers.

Geen gewichtige omstandigheden
Voor geen gewichtige omstandigheden kunnen aanvragen niet in behandeling worden genomen. Geen gewichtige omstandigheden:
♦ Een tweede vakantie.
♦ Sportieve evenementen buiten schoolverband.
♦ De wens om op wintersportvakantie te gaan buiten de reguliere vakanties.
♦ Bezoeken van een tentoonstelling, pretpark en dergelijke buiten schoolverband.
♦ Een dag of enkele dagen eerder met vakantie te gaan of later terug te komen.
♦ Een lang weekend.

Kinderen zijn wettelijk verplicht de eerste dag na de zomervakantie op school aanwezig te zijn.

9.3  Vakantieperiodes

Schoolvakanties schooljaar 2009/2010

Herfstvakantie 26 oktober 2009 tot en met 30 oktober 2009
Kerstvakantie 21 december 2009 tot en met 1 januari 2010
Voorjaarsvakantie 22 februari 2010 tot en met 26 februari 2010
Pasen 5 april 2010    
Meivakantie 30 april 2010 tot en met 14 mei 2010
2e Pinksterdag 24 mei 2010    
Zomervakantie 26 juli 2010 tot en met 3 september 2010

Buiten de schoolvakanties om hebben de leraren ook ADV (arbeidsduurverkorting)-dagen. De ADV van de leraren wordt, zoveel mogelijk, ingevuld door één vaste leraar. De leraren die ouder zijn dan 52 jaar hebben extra verlof. Dit verlof vindt plaats door de regeling BAPO (Bevordering Arbeidsparticipatie Ouderen) en wordt gedeeltelijk zelf betaald. Op deze dagen worden deze leraren vervangen door een andere leraar. Soms hebben de kinderen wegens bijzondere activiteiten, tussen door een dag(deel) vrij. Denkt u hierbij aan een studiedag voor de leraren. Hiervan wordt u tijdig in kennis gesteld.

10.  Namen en adressen

Als ouder en leerling is het belangrijk om de gegevens van de school (10.1) te weten. Hierbij gaat het niet alleen om het adres van de school, maar ook om de gegevens van het bestuur, de algemeen directeur, de teamleden van ‘De Octopus’ en onze vertrouwenspersoon. Daarnaast zijn er een aantal externe contactpersonen (10.2) die van belang kunnen zijn bij klachten, gezondheid en kinderopvang.

10.1  Contactgegevens

Schoolbestuur
Gemeente Borsele
Stenevate 10, 4451 KB Heinkenszand             
Postbus 1, 4450 AA Heinkenszand

Wethouder Onderwijs: J.M. Zandee
T: (0113) 23 83 83
E: jmzandee@borsele.nl 
I:
www.borsele.nl

Contactpersoon afdelingshoofd Onderwijs: P.J.M. Colijn-Braakhuis
T: (0113) 23 83 41
E: pjmcolijn-braakhuis@borsele.nl

Openbaar onderwijs Borsele
Egelantierstraat 9, 4431 EP ’s-Gravenpolder 
Postbus 48, 4430 AA ’s-Gravenpolder

Algemeen directeur: R. van de Lagemaat
T: (0113) 31 63 50
E: directie@openbaaronderwijsborsele.nl
I:
www.openbaaronderwijsborsele.nl

Personeelscoordinator: M.A.A. Fackler
E: onderwijsborsele@delinden-gr.nl

Oids (Opleiden in de School): R.M. van der Horst-Weulen Kranenbarg
E: vdhorstrr@zeelandnet.nl

De Octopus                  
Hertenweg 4
4455 TL Nieuwdorp

Directeur: B.J.W. (Stan) Meulblok
T: (0113) 67 01 10
T: (06) 10 73 06 62
E: deoctopus@octopusnieuwdorp.nl
I:
www.octopusnieuwdorp.nl

Onze teamleden

Naam Functie
Stan Meulblok Directeur
Marjanne Kole Bovenschools intern begeleider
Gijs van der Does Leraar en remedial teacher
Ria Steendijk Leraar
Els de Wolf Leraar
Hanny Wintein Leraar
Chantal Dekker Leraar
 

Vertrouwenspersoon
C. (Corry) Verpalen
T: (0113) 212410
E: info@loopbaanadvies-verpalen.nl

10.2  Van externe personen

Onderwijsinspectie
I: www.onderwijsinspectie.nl

Telefonisch en digitaal loket
Hier kunt u gratis terecht voor informatie en advies
T: (0800) 50 10
I: www.voo-5010.nl

Jeugdgezondheidsdienst
GGD Zeeland
T: (0113) 24 94 20
I: www.ggdzeeland.nl

Schoolbegeleiding
RPCZ
T: (0118) 48 08 00
I: www.rpcz.nl

Kinderopvang
Kinderopvang De Bevelanden
Stationspark 2, 4462 DZ Goes
T: (0113) 22 81 39
E: info@kinderopvangdebevelanden.nl
I:
www.kinderopvangdebevelanden.nl

Stichting Peuterspeelzalen Borsele
‘Hummelhonk’
T: (0113) 31 19 99
I: www.stichtingpeuterspeelzalenborsele.nl